PrintMail this page

Afrika

Inleiding

De Afrikaanse collectie van het mim telt vandaag 1230 objecten. Jaarlijks komen er gemiddeld vijf instrumenten bij. De instrumenten zijn afkomstig uit 36 landen en vertegenwoordigen meer dan 150 bevolkinsgroepen. Dateringen gaan van eind 19e eeuw tot begin 21e eeuw, met uitzondering van enkele Egyptische instrumenten : een paar kleppers uit het Oude Rijk (3000 tot 332 v.C) en drie hobo's uit de Ptolemeïsche Tijd (4e tot 1e eeuw v. C.).

Andere belangrijke collecties Afrikaanse muziekinstrumenten bevinden zich in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren (meer dan 8000 instrumenten), het Pitt-Rivers museum, in Oxford, in het Afrikamuseum Berg en Dal, in het National Museum of African Art Smithsonian Institution in Washington, in het Ethnologisches Museum van de Staatliche Museen zu Berlin, het Musée d'Ethnographie in Genève en in het Musée de la Musique in Parijs.

Samenstelling van de Afrikaanse collectie - Organologische ordening

Hier worden de instrumenten onderverdeeld volgens de wijze waarop ze klank voortbrengen, vanuit organologisch-akoestisch standpunt dus. Wij volgen daarbij de internationaal gehanteerde classificatie van Erik von Hornbostel en Curt Sachs ('Systematik der Musikinstrumente', Zeitschrift für Ethnologie, xlvi, 1914).
Dit classificatiesysteem vormt de basis voor de organisatie van de instrumenten in de reserves en is een belangrijke leidraad voor aankopen van nieuwe instrumenten.

Stand van zaken januari 2010

1.idiofonen : 409

a. aangeslagen idiofonen (rammelaars, klokken, xylofonen, schrapers) : 346
b. aangetokkelde idiofonen (sanza's) : 63

2. membranofonen : 162

a. keteltrommen : 22
b. buistrommen : 111
c. raamtrommen : 19
d. wrijftrommen : 3

3. chordofonen : 191

a. citers en muziekbogen: 38
b. pluriarcs (veelbogen) : 16
c. lieren : 14
d. luiten : 65
e. harpen : 57

4. aerofonen : 420

a. fluiten : 264
b. rieten : 48
c. trompetten : 106

+ 37 accessoires, zoals hoeden, gordels en goudgewichtjes in de vorm van muziekinstrumenten.

Volg deze koppeling voor een overzichtje van ontbrekende Afrikaanse instrumenten.

Samenstelling van de Afrikaanse collectie - Geografische verspreiding

Hoewel het Belgische koloniale verleden nog steeds zijn stempel drukt op de collectie door de grote aanwezigheid van Congolese instrumenten, zijn ook 35 andere Afrikaanse landen vertegenwoordigd in de collectie van het mim.

1.      Congo-Kinshasa : 418
2.      Ivoorkust : 86
3.      Egypte : 66
4.      Boerkina Faso : 60
5.      Nigeria : 53
6.      Mali : 44
7.      Algerije : 31
8.      Marokko, Sierra Leone : 17
9.      Ethiopië, Kameroen : 14
10.  Gabon, Senegal : 9
11.  Tunesië : 8
12.  Soedan, Guinea, Zimbabwe, Madagaskar : 7
13.  Tanzania : 4
14.  Zuid-Afrika, Congo-Brazzaville, Ghana, Angola, Togo, Rwanda : 3
15.  Tsjaad, Niger, Liberia : 2
16.  Centraal-Afrikaanse Republiek, Zambia, Gambia, Benin, Kenia, Lesotho : 1
17.  Westelijke Sahara, Mauretanië, Libië, Equatoriaal Guinee, Oeganda, Boeroendi, Namibië, Swaziland, Botswana, Malawi, Mozambique, Komoren, Somalië, Djibouti, Eritrea, Guinea-Bissau : 0
18.  Onbekend : 105

Geschiedenis van de collectie Afrikaanse muziekinstrumenten in het mim

In 1876 schonk koning Leopold II zijn verzameling instrumenten aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel met de bedoeling ze te integreren in een nieuw op te richten Musée des Instruments. Deze verzameling bevatte achttien Afrikaanse instrumenten, voornamelijk uit Marokko en Mali. De andere collectie die aan de basis lag van het ontstaan van het mim, was die van de bekende Belgische muziekgeschiedschrijver, François-Joseph Fétis. Twaalf instrumenten uit zijn collectie kwamen uit Egypte. Een jaar later kwamen Egyptische en Ethiopische instrumenten uit de verzameling van Adolphe Sax in het mim terecht. Auguste Herpin, een Belgische ingenieur in Cairo die bevriend was met Victor Mahillon, de eerste conservator van het mim, schonk tussen 1878 en 1880 een vijftigtal instrumenten uit Egypte, Ethiopië en Soedan aan het museum.

In 1909, toen de Belgische staat Congo kocht van Leopold II, stuurde de Belgische regering ambtenaren uit om de nieuwe kolonie etnografisch in kaart te brengen. Voor het eerst kwamen ook instrumenten uit Centraal-Afrika in het mim terecht. De militair-expediteur Armand Hutereau, die uitgezonden was in opdracht van het Afrikamuseum, had via zijn oom Armand Vermandele, professor aan het Conservatorium, goede banden met Mahillon en schonk in 1913 een 25-tal instrumenten uit Noord-Congo (voornamelijk Zande) aan het mim. Hutereau kreeg deze instrumenten van plaatselijke chefs en voorzag ze ijverig van notities, tekeningen en foto's.

Victor Mahillon hechtte veel waarde aan etnische, vooral Afrikaanse instrumenten om zijn classificatiesysteem uit te bouwen en te verfijnen. Daarom wilde hij graag instrumenten verwerven uit alle Afrikaanse landen, niet enkel uit de kolonies. Deze verwervingspolitiek is het mim ook na Mahillon blijven volgen.