PrintMail this page

Aïda trompet

aërofoon

Toen Sax zich vestigde in Parijs, bekleedde het operagenre er een vooraanstaande plaats in
het muzieklandschap. De uitmuntende faam van de instrumenten van Sax verspreidde zich als een lopend vuurtje in de Parijse muzikale microkosmos, zowel bij muzikanten die op zoek waren naar betrouwbare instrumenten als bij componistendie uit waren op nieuwe klankkleuren. De instrumenten van Sax vonden nauwelijks toegang tot de symfonieorkesten, maar het orkest van de opera bood wel een gunstige omgeving voor experimenten, vooral in de grootse werken van de grand opéra.

In 1847 maakten de instrumenten van Sax hun grote entree in de Parijse opera. Sax kreeg de vraag om twintig 'externe muzikanten' te leveren en dit ensemble te leiden voor de opera Jérusalem van Verdi. Het operahuis zette deze fanfare met wisselende bezetting voortaan in voor tal van producties die de pracht en praal en de bijkomende klankeffecten vereisten die typisch zijn voor het grand opéra-genre: tussen 1847 en 1892 deden niet minder dan 39 opera's een beroep op de banda van Sax.

Zijn hele carrière aan de opera lang nam Adolphe Sax de vrijheid om zijn uitvindingen en verbeteringen aan instrumenten in te voeren in zijn orkest. Naast de basklarinet introduceerde hij saxofoons, saxhoorns en saxotromba's, saxtuba's, instrumenten met zes
onafhankelijke ventielen, de parabolische klok, enzovoort. Componisten, en ook Sax zelf, herwerkten vaak oorspronkelijke orkestraties om ze aan te passen aan zijn instrumenten.

In enkele opera's werden instrumenten ingezet die Sax speciaal voor de gelegenheid ontwikkelde. Daaronder 'Le Juif errant' van Halévy, met zijn indrukwekkende saxtuba's, en 'Aïda' van Verdi, met de beroemde thebaanse trompetten. Aïda Verdi werd gecreëerd in Kaïro in 1871 en opgevoerd in Parijs vanaf 1876. In 1880 verwelkomde de Parijse opera met groot vertoon de Franse versie, gedirigeerd door Verdi in hoogsteigen persoon. Speciaal voor deze opera bouwde Adolphe Sax nieuwe ventieltrompetten. Verdi schrijft zes trompetten voor die op de scène de beroemd geworden triomfmars moeten laten horen. Op de première werd de mars herhaald op vraag van het enthousiaste publiek. Verdi vond wel dat de trompetten van Sax er te modern uitzagen, te ver verwijderd van de antieke trompetten. Dus maakte Sax ook een serie rechte trompetten zonder ventielen voor de Parijse opera.

De toeschouwers waren in elk geval diep onder de indruk. De rechte trompet met twee ventielen van het Berlijnse type, of 'aïdatrompet', maakt deel uit van een reeks soortgelijke trompetten met elkaar opvolgende fabricagenummers, gedateerd 1883. Dit exemplaar draagt nummer 41205.

Media
Images: 
Aïda trompet
Aïda trompet
Sax instrumenten in de Parijse opera. (c) Dinant, AIAS