PrintMail this page

basgamba

chordofoon

De viola da gamba, of kortweg gamba, is een snaarinstrument dat in de vroege zestiende eeuw voor het eerst verscheen in de adellijke kringen in het noorden van Italië. Het instrument bleef in gebruik tot het midden van de achttiende eeuw. Gamba's komen voor in verschillende grootten, van de kleine pardessus tot de contrabas, die ook violone wordt genoemd. Zoals haar naam aangeeft, wordt de viola da gamba, ongeacht haar grootte, op of tussen de knieën gehouden, en bespeeld met een strijkstok.

In grote trekken lijkt de gamba op de viool of cello, maar ze vertoont toch enkele opvallende verschillen. Zo hebben de instrumenten van de vioolfamilie vier snaren, terwijl gamba's er zeven kunnen hebben. Bovendien is de hals van een gamba voorzien van frets, zoals bij de gitaar. Nog een onderscheid is de vorm van de klankgaten: een langgerekte C bij de gamba, tegenover een f bij de vioolfamilie.

Deze basgamba (inventarisnummer 0229) is van de hand van Joachim Tielke. Tielke werd geboren in 1641 in de Oost-Pruisische stad Königsberg, het huidige Kaliningrad. Hij vestigde zich als bouwer in Hamburg, waar hij overleed in 1719. In zijn tijd waren zijn instrumenten zeer gezocht voor hun verfijnde bouw en rijkelijke decoratie. Naast gamba's bouwde Tielke ook luiten, gitaren en violen, die nu bewaard worden in de grootste muziekinstrumentenmusea ter wereld. Het mim bezit nog een tweede gamba van Tielke (inventarisnummer 1430), die minder versierd is en ook minder goed bewaard is gebleven.

Deze gamba dateert van 1701. Net zoals het meeste andere werk van deze bouwer, valt het instrument op door zijn verfijning. Zoals meestal bij de strijkinstrumenten is het bovenblad gemaakt van vurenhout, een houtsoort met opmerkelijke akoestische eigenschappen die al eeuwenlang wordt gebruikt in de bouw van snaarinstrumenten. De zijwanden en de rug zijn in palissander, en versierd met smalle ivoren stroken. Het schroevenstuk, de hals en het staartstuk zijn bekleed met ivoor. Zeer decoratief zijn ook het mooie vrouwenhoofdje boven op de hals, de plantaardige motieven op de schroevenkast, en het ongewone staartstuk in de vorm van een hermesstaf.

Het instrument kwam in 1879 in het bezit van het museum. Eerder had het toebehoord aan de cellovirtuoos Adrien-François Servais (1807-1866), die les gaf aan het Brusselse conservatorium.

Media
Images: 
basgamba
basgamba
basgamba
basgamba
basgamba
een "historisch" concert in het mim, 2e helft jaren 1960
andere tijden ...; een affiche uit 2e helft jaren 1960