PrintMail this page

basklarinet Adolphe Sax

aërofoon

Adolphe Sax, Brussel, omstreeks 1840
mim, inv. 2601
Schenking van L. Cavens.

Al in de beginjaren van zijn loopbaan als instrumentenbouwer - nog in Brussel, onder de hoede van zijn vader - gaf Sax blijk van een inventieve geest. Aanvankelijk richtte hij zijn onderzoek op de klarinet.

Op zijn veertiende volgde de jonge Adolphe fluit en notenleer aan de École royale de musique, waarna hij privélessen klarinet nam bij Valentin Bender. Op de Exposition des produits de l'industrie in 1830 zou hij al ivoren fluiten en klarinetten hebben getoond, die hij samen met zijn vader had gemaakt. In 1835 nam hij voor het eerst in eigen naam deel aan een industriële tentoonstelling. In Brussel toonde hij dan een bukshouten klarinet met vierentwintig kleppen. De klarinet was duidelijk het instrument dat hem het meeste lag en dat hij het beste beheerste. Al spoedig ging hij ze perfectioneren. Drie jaar later nam hij een octrooi op zijn eerste grote uitvinding: een 'nieuw systeem voor de bas-, contrabas- en bourdonklarinet'. Dit systeem betekende een wezenlijke verbetering van het instrument en de basklarinet werd zijn eerste grote succes als instrumentenbouwer. Terwijl hij aan de klarinet werkte, baande Sax de weg voor een heel nieuw instrument, de saxofoon.

Ook al draagt deze basklarinet met mim inventarisnummer 2601 het merk van Charles-Joseph Sax, ze is wel degelijk van de hand van zijn zoon Adolphe. Ze beantwoordt aan het Belgische octrooi van 1838 en vertoont nog enkele sporen van experimenten. Zo is er een gat dat opnieuw werd afgestopt met kurk. De rand van de metalen klankbeker is voorzien van een scharnier waarmee een (verloren gegane) 'klankreflector' kon worden versteld. Dat was een soort van deksel waarmee de klank gericht kon worden.

Media
Images: 
basklarinet inv.2601
Guy Van Waas op zoek naar het ideale riet
En dan: opname! (zie onder)
Belgisch octrooi van 1838. Rijksarchief 1051