PrintMail this page

buzio

aërofoon

Deze buzio - creools voor schelphoorn - is een geschenk uit 2012 van de Kaapverdische muzikant en minister van Cultuur Mario Lucio Sousa. Het instrument vertegenwoordigt oude cultuurtradities van de zuidelijke eilanden van de West-Afrikaanse archipel.

Een schelphoorn wordt gemaakt door het smalle uiteinde van een grote zeeschelp (gastropode) af te breken of door een gaatje te boren in de zijwand. De spiraalvormige binnengang doet dienst als luchtkanaal. De muzikant blaast in het "mondstuk" zoals bij een trompet. Het aantal tonen is beperkt, maar de diepe, vérdragende dreunklanken maken dit instrument bijzonder.

Schelphoorns zijn al geattesteerd als muziekinstrument in het derde millennium vóór Christus in Kreta, Cyprus en de Levant. Als signaal- en ritueel instrument vinden wij de schelphoorn in veel traditionele culturen. Tijdens tempelrituelen van de Hindoes in India worden de klanken van het instrument beschouwd als tussenkomsten van de goden. De Mexicanen bespelen schelphoorns tijdens de feesten voor de Heilige Maagd. In Korea weerklinkt de schelphoorn in militaire optochten. In Oman wordt hij gebruikt tijdens genezingsrituelen. In Tsjechië werd vroeger op de schelphoorn geblazen om onweer tegen te houden. Bewoners van kleine afgelegen eilanden in Micronesië gebruiken hem als signaalinstrument. In Jamaica dient hij om gezamenlijke handenarbeid ritmisch te ondersteunen. Op de Antillen weerklinkt hij tijdens de oogstfeesten. In sommige regio's van Irak blaast men op schelphoorns tijdens exorcismerituelen. In Indonesië bestaan ensembles van twintig schelphoorns. In Nepal wordt het instrument bespeeld door brahmaanse priesters, in Jemen door vissers, in Japan door boeddhistische monniken. In Haïti is de schelphoorn een symbool voor slavenopstand. Vivaldi schreef een concerto conca, waarmee hij verwees naar de schelphoorn die de zeelui in zijn tijd gebruikten als misthoorn en waarvan ze geloofden dat zijn diepe tonen stormen afhielden. In Lord of the Flies, de bekende allegorische roman uit 1954 van Nobelprijswinnaar William Golding, staat de schelphoorn symbool voor democratie.

In Kaapverdië is de buzio vooral verbonden met de oude tabanka-feesten: één dag per jaar mochten slaven door de straten paraderen verkleed als koningen, ministers, prinsessen, lakeien, narren en dieven. In deze paradetochten werden figuren van de lokale koloniale samenleving opgevoerd en geridiculiseerd. Kaapverdië, een archipel voor de kusten van West-Afrika, was tot 1975 een Portugese kolonie. In het midden van de vijftiende eeuw kwamen Portugezen zich op het onbewoonde eiland vestigen en voerden West-Afrikaanse slaven aan als werkkrachten. Het merendeel van de bevolking is creools, ontstaan uit een mix van Portugese kolonisten en Afrikaanse slaven.

Hoewel de traditie van de tabanka uitsterft, trekken op bepaalde heiligendagen de leden van broederschappen nog steeds verkleed door de stad voor een spektakel dat een aantal dagen duurt. Het thema is steeds hetzelfde: een dief steelt het beeld van Sint-Jan, maar na veel tumult wordt de dief gevat, het beeld weer op zijn sokkel geplaatst en verder gedragen in de stoet. Deze vertoning is een voorwendsel om plaatselijke figuren (vaak gezagsdragers) te parodiëren en het politieke systeem te bekritiseren. Tabanka's zijn feesten van de arme lagen van de bevolking. Ze werden regelmatig verboden.

Tabanka's vieren het begin van de zomer, en vinden meestal plaats in mei en juni, en vooral rond de heiligendag van Sint-Jan (24 juni). De paradetochten worden begeleid door luidruchtige ensembles van drums, fluitjes en buzio's, die repetitieve, geïmproviseerde muziek spelen.

Media
Images: 
buzio
buzio
buzio
buzio
buzio
speelwijze buzio
tabanka met buzio spelers
External Video
See video