PrintMail this page

charango

chordofoon

De charango is een klein Zuid-Amerikaans broertje van de Spaanse gitaar. Men neemt aan dat het instrument zo'n driehonderd jaar geleden ontstaan is in de zilverstad Potosi, in het huidige Bolivië. Wellicht werd het bedacht door indiaanse muzikanten, naar het voorbeeld van de gitaren of mandolines van de Spaanse kolonisatoren. Het verhaal gaat dat de inheemse muzikanten niet goed wisten hoe ze een houten klankkast vorm moesten geven. Ze namen dan maar een pantser van een gordeldier, een armadillo. Vanuit de streek van Potosi verspreidde de charango zich langs de belangrijkste handelsroutes over een groot deel van de Andes. Zo geraakte hij ingeburgerd in Bolivië, Peru en het noorden van Argentinië. Hij is er nog altijd een geliefd dansinstrument, dat zowel solistisch als in ensembles wordt bespeeld.

In zijn huidige, meest courante gedaante, heeft de charango een houten, gitaarvormige klankkast, is hij ongeveer 65 cm lang, en is hij bespannen met vijf dubbele snaren. Maar er zijn ook varianten met bijvoorbeeld vier enkele snaren, of vijf driedubbele snaren. Heel bijzonder aan de charango is dat alle snaren meestal gestemd zijn binnen één octaaf. Dat zorgt voor een compacte, doordringende klank.

Dit oude exemplaar van het mim - een van de acht charango's in onze collectie - komt uit Peru. Het instrument heeft nog het traditionele pantser van een gordeldier, en het telt vijf dubbele metalen snaren. Samen met zes andere Peruviaanse instrumenten werd deze charango geschonken aan het mim door de muzikant en componist André Sas Orchassal (Parijs 1900 - Lima, Peru 1967).

André Sas studeerde viool aan het conservatorium van Brussel en bekwaamde zich later in Parijs in de harmonie, contrapunt en fuga. Toen hij nauwelijks 24 was, werd hij door de Peruviaanse regering aangeworven om in Lima viool te doceren en er het orkest van de nationale muziekacademie te leiden.  Sas verdiepte er zich in de inheemse traditionele muziek, publiceerde erover en liet er zich ook door inspireren voor zijn eigen composities.

André Sas - ondertussen genaturaliseerd met de voornaam Andres - kwam maar zelden terug naar Europa. Het is evenwel bekend dat hij in 1928 in Brussel was. Wellicht was het toen dat hij de instrumenten meebracht en schonk aan het mim. De toenmalige conservator Ernest Closson was een goede bekende, want Sas had bij hem nog muziekgeschiedenis gestudeerd.

 

Media
Images: 
charango inv.3383
charango inv.3383 zij-aanzicht