PrintMail this page

componium

aërofoon

Het componium, dat pontificaal troont in het midden van de verdieping "Musicus Mechanicus", is een orchestrion, gebouwd door Diederich Nicolaus Winkel in Amsterdam in 1821. Een orchestrion is een mechanisch muziekinstrument met de ambitie om een menselijk orkest te vervangen. Het componium doet dat met negen orgelregisters (3 fluit, piccolo, viool, salicional, gamba, quintadena en trompet), een tamboerijn en een triangel. De muziek van een orchestrion kan opgeslagen staan op cilinders (de oudste manier), papieren rollen of kartonnen boeken. Het componium werkt met cilinders. Dat wil zeggen dat een rij mechanische "vingers" de aanwezigheid van pinnetjes en bruggetjes op een ronddraaiende, houten cilinder afleest. Een pinnetje betekent 1, geen pinnetje betekent 0. Zo sturen de gegevens op de cilinder de muziekmachine aan, net als software en hardware. En er zijn nog wel meer vergelijkingspunten tussen het componium en een moderne computer.

Het componium is immers geen gewoon orchestrion. Dit exemplaar is voorzien van een uniek aleatorisch mechanisme dat toelaat een stroom eindeloos variërende muziek voort te brengen - tenminste, zolang iemand aan de zwengel draait. Om dit te bereiken werkte Winkel met 2 cilinders die afwisselend blokjes van 2 maten muziek spelen. Een ingenieus systeem - Winkel vond ook de metronoom uit! - bepaalt op volstrekt onvoorspelbare wijze of de cilinders zich verplaatsen (de geijkte manier om van tune te verwisselen) of niet. Op die manier ontstaat een soort muzikale collage die bijna nooit in herhaling valt. De kans dat het systeem eenzelfde reeks herhaalt is kleiner dan de kans dat u morgen de Euromillions wint - tenminste, als u zou spelen. Deze machine doet niets meer dan de beschikbare muzikale elementjes willekeurig combineren en was misschien juister "combinium" genoemd dan "componium". Maar als stap in de richting van wat (veel) later artificiële intelligentie genoemd zou worden, kan het wel tellen.

Dit fascinerende ontwerp is te plaatsen in de stroom van nieuwvindingen en technische (r)evoluties van de 19e-eeuw, waarbij uitvinders en firma's elkaar voortdurend de loef probeerden af te steken. De strijd werd gestreden in de arena's van de wereldtentoonstellingen, de wapens waren technisch zeer gedetailleerde patenten, die vaak gedeponeerd werden in een race tegen de tijd en nog vaker aangevochten voor de rechtbank. Met zijn orchestrion dat niet enkel voorgeprogrammeerde muziek uitvoerde maar zelf "componeerde" gaf deze Nederlander van Duitse afkomst de concurrentie alvast een ferme tik.

Toch werd het componium geen commercieel succes. De unieke optie van het hercombineersysteem - het componium beschikt ook over gewone ciliners met bekende melodieën - bleek geen doorslaand verkoopsargument en al snel richtte de belangstelling zich op een ander nieuwtje van de dag. Hoe indrukwekkend Winkels verwezenlijking op technisch en conceptueel gebied ook was, de vraag naar muzak was duidelijk nog niet geboren. Het componium bleef een enig exemplaar, en toen Auguste Tolbecque in 1876 de zoveelste eigenaar werd, drong zich al een ingrijpende restauratie op van het in erbarmelijke staat verkerende instrument. Kort daarna kwam het componium in de collectie van het mim, nog onder eerste conservator Victor-Charles Mahillon. Het oorspronkelijke meubel was toen al niet meer aanwezig, het componium is sindsdien altijd "naakt" tentoongesteld.

Media
Images: 
gravure componium met origineel meubel
componium
pinnetjes en bruggen op 1 van de cilinders van het componium
detail van het aleatorische systeem van het componium