PrintMail this page

contrabas Boussu

chordofoon

Benoît Joseph Boussu bleef lang een nobele onbekende. Nochtans zijn een aantal van de meest opmerkelijke muziekinstrumenten die tot ons kwamen uit de "Oostenrijkse" achttiende eeuw aan hem toe te schrijven. Recent onderzoek door Geerten Verberkmoes heeft heel wat gegevens opgeleverd over herkomst en carrière van deze ongewone bouwer.

Boussu werd in 1703 geboren in het Noord-Franse Fourmies, op enkele kilometers van de Belgische grens. Zijn professionele loopbaan begon hij als notaris, maar tegen het midden van de achttiende eeuw schoolde hij zich om tot luthier. Eerst in Luik, later in Brussel. Tussen 1761 en 1771 woonde hij mogelijk voor kortere of langere tijd in Nederland (Leiden of Amsterdam). Hij overleed in zijn geboortestreek in het jaar 1773.

Boussu bouwde strijkinstrumenten in de traditie van de Zuidelijke Nederlanden: hals en bovenblok zijn uit één stuk vervaardigd waarin de zijwanden verankerd zijn.

Achttiende-eeuwse bronnen getuigen dat Boussu's instrumenten in hoog aanzien stonden in het Brusselse muziekleven. Dansmeester en uitgever Joseph-Claude Rousselet had een "basse de Boussu", en de collegiale kerk van Sint-Michiel en Sint-Goedele ontving vanwege kannunik Vanden Boom een resem instrumenten, waaronder een viool, een cello en een contrabas met Boussu signatuur.

Het bas-instrument dat aangekocht werd door het Fonds Léon Courtin - Marcelle Bouché (beheerd door de Koning Boudewijnstichting) en in bewaring gegeven aan het mim, bouwde Boussu in 1760, naar het einde van zijn Brusselse periode. Dit is duidelijk af te lezen van het etiket aan de binnenzijde.

Deze contrabas bevindt zich nog in quasi oorspronkelijke staat. Toch merken we enkele aanpassingen. De hals is vernieuwd, waarschijnlijk aan het begin van de negentiende eeuw, zoals bij de meeste instrumenten uit het Ancien Régime die nog in gebruik waren na 1800. De krul is echter nog de oorspronkelijke. Boussu kerfde de spiraal altijd diep in, en maakte hem ook een halve slag langer dan de "klassieke". Dat is mooi te zien bij deze bas. De krul heeft de typische beschadigingen van een instrument dat vaak vervoerd werd. Kijk maar naar de instrumenten van de Brusselse hofkapel, die regelmatig van de ene kerk naar de andere verhuisden.

Opvallende aanpassingen zijn er wel wat betreft de snaren. Oorspronkelijk had het instrument 3 snaren. Toen er in de loop van de negentiende eeuw een snaar bijkwam heeft men het kielhoutje en de snarenhouder niet vervangen maar aangepast. Dat is de verklaring voor de vijf gaten in de snarenhouder en de zeven gleuven in de kam. Die waren nodig voor een optimale plaatsing van de snaren.

Op de foto is te zien hoe deze contrabas menige keer is opgelapt, en dan vooral het klankblad.

De contrabas Benoît Joseph Boussu is een belangrijke aanwinst voor het mim. Boussu is verantwoordelijk geweest voor enkele van de mooiste strijkinstrumenten die in onze contreien geproduceerd werden in de achttiende eeuw. Bovendien vervolledigt het instrument onze verzameling violen en cello's van dezelfde bouwer.

Media
Images: 
contrabas Boussu
contrabas Boussu
contrabas Boussu
contrabas Boussu
contrabas Boussu
contrabas Boussu
contrabas Boussu