PrintMail this page

cornu

aërofoon

Een cornu kom je wel eens tegen in een album van Asterix (afb. 1) of in een of andere sandalenfilm. Het is een bronzen trompet die veel werd bespeeld door de Romeinen. De cornu verschilde van andere Romeinse trompetten zoals de rechte tuba, de halvemaanvormige bucina en de lituus, in de vorm van een staf, door zijn imposante silhouet en genereuze afmetingen. De cornu had een afneembaar mondstuk, een ruim drie meter lange, conische buis, die rond gebogen werd in de vorm van een hoofdletter G, en een licht verwijdende klankbeker. Een houten dwarsstuk vergemakkelijkte de greep op het instrument.

In het antieke Rome werd de cornu gebruikt in het leger, maar ook in de amfitheaters, tijdens de circusspelen en bij allerhande ceremonies, zoals uitvaarten en processies. Typisch was het samenspel met een hydraulus, een waterorgel, om de gevechten van de gladiatoren te begeleiden. Het duo is te zien op een mozaïek uit de tweede eeuw in de Romeinse villa van Nennig bij Trier (afb. 2). Met hun donderende klank konden cornu en hydraulus het kabaal overstemmen van de immense amfitheaters, waar de spektakels werden opgevoerd die zo gesmaakt werden door het publiek van die tijd. Met zijn krachtig en plechtstatig geluid markeerde de cornu het gevecht en de voorbereidingen ertoe. Een verdwenen muurschildering in Pompeï,  die we alleen kennen dankzij een 19de-eeuws aquarel (afb. 3), zou kunnen suggereren dat het de gladiator zelf was die de cornu bespeelde. Maar in de regel was de cornicen een muzikant die hetzelfde habijt droeg als de scheidsrechters in de arena.

Voor alles was de cornu een militair instrument, dat met zijn klanksignalen bevelen doorgaf, de vlaggenparade opluisterde, en het prestige van de krijgsheren in de verf zette. De Romeinse legioenen maakten er dan ook veel gebruik van, en het kwam niet zelden voor dat de cornicen onder dwang werd ingelijfd door een rekruteringsofficier.

Enkele zeldzame exemplaren uit de Romeinse tijd werden aan het licht gebracht tijdens archeologische opgravingen. Daaronder de drie vrij goed bewaarde cornua (afb. 4) die in 1884 in Pompeï werden ontdekt bij het lichaam van een gladiator. Enkele jaren eerder, in april 1878, kon Victor-Charles Mahillon, de eerste conservator van het mim, instrumenten van dit type observeren in het Nationale museum van Napels. Nadien maakte hij er zeer geslaagde reconstructies van, die nu te bewonderen zijn in het mim (afb. 5) en in enkele andere instrumentenmusea elders in de wereld. Een exemplaar van het mim werd bespeeld door de tromboneleraar Henri Séha op 25 mei 1896, tijdens een historisch concert in het Brusselse conservatorium. Dit evenement illustreerde een lezing van François-Auguste Gevaert, directeur van het conservatorium, onder de titel 'Over de huidige staat van onze kennis over de muziekpraktijk bij de Grieken en de Romeinen'. Bij die gelegenheid werden ook andere reconstructies van antieke instrumenten voorgesteld, zoals de citer en de aulos. Aangezien er geen muziek voor cornu bewaard is gebleven, componeerde Gevaert zelf twee signalen voor de gelegenheid. Niet te vergeten: Victor Mahillon was, net als Gevaert, een pionier van de herleving van de oude muziek, en van de oude, en dus ook antieke instrumenten in bijzonder. Leuk om te weten is nog dat Mahillon een pastiche van een cornu - met liefst drie ventielen - maakte voor de Brusselse wereldtentoonstelling van 1897 (afb. 6).

Bovendien bracht de zucht naar de antieke oudheid ten tijde van de Franse Revolutie nog een ander instrument voort dat rechtstreeks geïnspireerd was op de Romeinse cornu: de tuba curva, met zijn - weliswaar aan de fantasie ontsproten - klankbeker in de vorm van een dierenkop. De tuba curva werd onder meer ingezet in de muziek van François-Joseph Gossec. Enkele jaren later, in 1852, vond onze Adolphe Sax de sax-tuba uit, en ook hij baseerde zich daarbij op de cornua zoals ze te zien zijn op de befaamde zuil van Traianus in Rome.

Mahillons replica's van de cornua hebben onderzoekers heel wat te bieden: ze zijn zeer zorgvuldig gemaakt, en als men bepaalde voorzorgen in acht neemt, kan men er enkele noten aan ontlokken (afb. 7). Zo kunnen we ons nu een vrij nauwkeurig beeld vormen van de klankkenmerken van de oorspronkelijke, niet meer speelbare instrumenten.  Deze waardevolle replica's en het archief van het mim werden onlangs bestudeerd in het kader van een onderzoeksprogramma van de École française de Rome dat gewijd is aan de klanklandschappen in de stedelijke samenlevingen van de oudheid.  Op termijn worden alle muziekinstrumenten van Pompeï geanalyseerd. Ze zullen het onderwerp vormen van een publicatie van een pluridisciplinair team onder leiding van Christophe Vendries (Université de Rennes II), met Benoît Mille en Margot Tensu (C2RMF, Musée du Louvre), René Caussé (IRCAM, Parijs) en Alexandre Vincent (Université de Poitiers).

Media
Images: 
uit Astérix gladiateur, R. Goscinny, A. Uderzo, Paris, Hachette, 1964
Prentkaart, Trier, Mosella, rond 1900. mim, bibliotheek
Aquarel van De Witte, einde 19de eeuw, mim, bibliotheek
Ee drie cornua die in 1884 ontdekt werden in Pompeï, foto G. Sommer. mim, biblio
cornu, inv.0464
pastiche van cornu met ventielen, inv.LD0242
External Video
See video