PrintMail this page

Cwène

aërofoon

Deze koehoornfluit werd gemaakt door Henri Crasson (Ondenval 1903 – Waimes 1997). Hâri Tchâ Héri, zoals hij in de volksmond werd genoemd, was achtereenvolgens koewachter, boerenknecht en landbouwer in het gehucht Gueuzaine (gemeente Waimes, provincie Luik). Maar hij was bovenal, zoals hij zelf zei, on-ome du muzike, een man van de muziek. In zijn jongere jaren had hij een orkestje waarmee hij lokale feestjes opluisterde.

Hij kon vlot overweg met de viool, mandoline, mondharmonica en Streichzither. Maar zijn meest opvallende instrument was deze cwène (Luikerwaals voor ‘hoorn’).

 Hoe hij ertoe kwam zo’n fluit te maken, vertelde hij als volgt:

‘Ik was een kleine jongen van nog geen tien jaar. In die tijd hoedden we de koeien hier in de streek. In de brem, die zo hoog stond dat ik mijn koeien niet kon zien. Voor de oorlog van ‘14 waren er nog geen afsluitingen voor het vee. En ja, op een mooie dag, toen ik mijn koeien hoedde, hoorde ik een afschuwelijk kabaal in die hoge brem. Ik ging kijken wat er aan de hand was. En wat was er gebeurd? Een van de koeien had gevochten met een buurvrouw, en ze was een hoorn kwijtgespeeld. Ik vond hem, en ik, als man van de muziek, zei bij mezelf: “Hier zou je wel een muziekinstrument van kunnen maken”. Zo jong dat ik was! Met een mes boorde ik vier gaten, en nog een gat onderaan, want we hebben maar vijf vingers. Het heeft wel twee jaar geduurd voor ik er een noot uit kreeg. Maar ik was zo gedreven dat ik er uiteindelijk klank uit kreeg. Daarna heb  ik alle liedjes geleerd. Ik speel er alles op wat je maar wilt.’

Henri Crasson heeft verschillende exemplaren gemaakt van zijn cwène. Eerst gebruikte hij daar alleen een mes voor, later een vijl en een boor. Op zo’n centimeter van de open rand vijlde hij een lancetvormig venster. De vijf speelgaten boorde hij waar hij spontaan de vingers van zijn linkerhand plaatste in de speelhouding. De hoorn kon worden opgehangen aan een lint dat dwars door de punt stak.

De cwène van Henri Crasson is bovenaan niet afgesloten met een blok, zoals bijvoorbeeld bij de blokfluit. Hij dichtte de opening af met zijn kin en onderlip, op een spleetje na waarmee hij de lucht naar de scherpe rand van het venster leidde. Hij zei wel dat hij een volledig octaaf kon spelen door harder te blazen met alle gaten open, maar in de praktijk bleef zijn repertoire beperkt tot vijf- of zestonige melodieën met de diatonische toonreeks do (eindnoot)-re-mi-fa-sol-(la).

Henri Crasson beweerde dat hij zijn cwène helemaal zelf had uitgevonden, en dat hij nooit iemand anders zo’n hoornfluit had zien bespelen. Zijn blaastechniek was inderdaad uniek. Maar hoornfluiten die voorzien waren van een blok waren in elk geval al bekend in de vijftiende eeuw in het Germaanse cultuurgebied. Daarvan getuigt een nog speelbare imitatie van een hoornfluit in aardewerk uit het midden van de vijftiende eeuw, die werd opgegraven in Ochsenfeld (gemeente Adelschlag, Beieren). De vroegste afbeeldingen dateren van rond 1500. Daaronder de Gemsenhorn in het organologische traktaat Musica getutscht van Sebastian Virdung (Basel, 1511) en twee illustraties van Albrecht Dürer uit 1515 in het gebedenboek van Maximiliaan I. De toenmalige populariteit van het instrument blijkt uit het feit dat ten laatste rond 1500 orgels in het Rijnland voorzien werden van een Gemshorn-register. Vanaf de vroege zestiende eeuw vond dat eveneens ingang in de Nederlanden.

In een recenter verleden werden hoornfluiten ook elders in Europa aangetroffen, vooral bij herders. Ze werden vaak gemaakt van een geitenhoorn, en voorzien van een blok in was, hout of kurk. En dicht bij huis, in de streek van Rocroi (Franse Ardennen), namen jonge koewachters nog in het midden van de negentiende eeuw in hun knapzak een fluitje mee dat gemaakt was van een vaarzenhoorn. Henri Crasson mag dan niet de eerste zijn geweest die hoornfluiten maakte en bespeelde, hij was in alle geval de laatste in België, en wie weet zelfs in heel Europa.

Wim Bosmans

 

 

Media
Images: 
Cwène 1983.046
Henri Crasson, Gueuzaine, 1985, © Wim Bosmans
External Video
See video