PrintMail this page

diatonisch accordeon

aërofoon

In 1829 nam Zyrill Demian in Wenen een patent op zijn accordion, het eerste instrument met vrije rieten of doorslaande tongen dat voorzien was van een blaasbalg, melodie- en akkoordtoetsen. In Vlaanderen kwam de accordeonbouw pas een halve eeuw later op gang, toen Felix Callewaert (1862-1918) en zijn broers accordeons begonnen te maken in het West-Vlaamse dorp Zwevezele. In 1890 verhuisde Felix Callewaert zijn bedrijf naar Lichtervelde. Na zijn dood werd hij opgevolgd door zijn zoon Eugène (1894-1944). Het bedrijf groeide snel uit tot de Belgische marktleider. De 'Lichtervelde' werd een begrip, niet alleen in België en Noord-Frankrijk, maar ook bij de Vlamingen in Detroit en elders in Amerika en Canada. De Tweede Wereldoorlog luidde het einde in van de firma. In 1942 werd Eugène Callewaert, toen burgemeester van Lichtervelde, opgepakt wegens hulp aan het gewapend verzet. Hij werd onthoofd in Wolfenbüttel op 15 juni 1944.

In haar hoogdagen, tussen 1900 en 1930, stelde de firma Callewaert zes vaklui tewerk die een zes- of zevental instrumenten per week afleverden. Een catalogus van rond 1925 biedt niet minder dan 151 verschillende modellen en uitvoeringen aan. Sommige daarvan werden bijna helemaal in het atelier zelf gemaakt. Andere werden geassembleerd met  hoofdzakelijk Duitse onderdelen, of afgewerkt geïmporteerd uit Italië. De Callewaerts brachten accordeons in alle prijsklassen op de markt, van eenvoudige diatonische instrumenten voor modale liefhebbers tot luxueuze chromatische accordeons voor beroepsmuzikanten.

Bij diatonische accordeons, ook wel 'bisonore' of 'wisseltonige' accordeons genoemd, bedient elke toets of klep twee verschillende tonen of akkoorden: een als je de blaasbalg induwt, en een andere als je hem uittrekt. Bij chromatische, 'unisonore' of 'gelijktonige' accordeons brengt een toets bij trekken en duwen dezelfde toon of akkoord voort. Bij volksmuzikanten was vooral de 'tienbasser' van Callewaert erg geliefd. Dat is een diatonisch accordeon met twee rijen van samen 21 melodietoetsen en tien lepelvormige baskleppen, waarvan vijf voor de grondbassen en vijf voor de overeenkomstige majeurakkoorden. Mineurakkoorden kwamen bij diatonische accordeons nauwelijks voor.

Rond 1925 kostte het goedkoopste diatonische accordeon van Callewaert 300 frank, en het duurste chromatische model 4275 frank. Dit instrument, dat wellicht werd afgewerkt in 1928, behoorde tot de duurdere diatonische modellen. Het kostte 1100 frank, voor een werkman toch het equivalent van anderhalf tot twee maandlonen. In de jaren 1928-1930 betaalde Callewaert zijn werknemers zo'n 2, 5 frank per uur.

Dit accordeon heeft een drierijig klavier met samen 36 melodietoetsen, en veertien lepelkleppen voor de bassen en akkoorden. Er zijn drie tongen voor elke melodietoon. Typisch voor de Belgische accordeons van voor 1940 is het 'pauwenstaartpapier' waarmee de blaasbalg is bekleed.

Media
Images: 
diatonisch accordeon
diatonisch accordeon
diatonisch accordeon
diatonisch accordeon
catalogus van de firma Callewaert ca. 1925