PrintMail this page

draailier 2013.073

chordofoon

Een draailier is een snaarinstrument waarbij alle snaren gelijktijdig worden aangestreken met een vol wiel dat wordt rondgedraaid met een zwengel. In de regel heeft een draailier enkele bourdonsnaren, die ononderbroken dezelfde toon weergeven, en een of twee melodiesnaren. Die worden verkort met stokjes (‘tangenten’) op de toetsen van een klavier dat gemonteerd is in een langwerpige bak boven op de klankkast.

Draailieren werden voor het eerst voorgesteld op reliëfs van Noord-Spaanse en Franse kerken uit het midden van de 12de eeuw. Aanvankelijk werd de draailier bespeeld in een kerkelijke of aristocratische omgeving. Vanaf de late 14de eeuw wordt ze dikwijls genoemd als instrument van blinde bedelaars. Vanaf omstreeks 1550 verschijnt de figuur van de vaak haveloze en sukkelachtige lierenman met zijn hoed en wijde schoudermantel dikwijls op schilderijen en prenten die scènes uit het volksleven voorstellen, zowel in de Lage Landen als elders in West-Europa,

Van de twaalf draailieren uit de 19de eeuw of eerder die mogelijk uit de Lage Landen stammen, worden er drie bewaard in het mim. Een ervan (inv. 2013.073) werd in 2013 geschonken door de nazaten van Joséphine Solheid (1897-1983) uit Verviers. Dit uitzonderlijke instrument was meer dan anderhalve eeuw een gekoesterd erfstuk van de familie Solheid, die afkomstig was van Waimes in de Oostkantons (provincie Luik). Voor zover bekend is deze draailier nooit bespeeld door iemand van de familie. De robuuste,  rustieke bouw – de klankkast en de schroevenkast zijn gesneden uit een vol blok esdoornhout – en de opvallende sporen van slijtage op de plek waar de linkerhand van de speler rustte, laten een lang leven vermoeden als instrument van een dorpsspeelman of bedelmuzikant. Wellicht was die actief in de huidige Duits-Belgische grensstreek.

In de familie Solheid werd verteld dat het instrument op het einde van de 16de eeuw werd meegebracht naar de streek van Waimes door een verre Franse voorvader die speelman was, en als hugenoot de vervolging in zijn land was ontvlucht. Een C14-datering in het KIK wees evenwel uit dat het hout van de klankkast en schroevenkast dateert van na 1680. Het instrument is dus eerder te dateren in de 18de eeuw, of misschien iets ervoor of erna.

De klankkast versmalt bruusk via een hoek en een ronding tot een korte ‘hals’ met in zijn verlengde een vierkante schroevenkast. Het zijn wellicht draailieren met contouren als deze, die wat doen denken aan een paardenkop in vooraanzicht, die in Wallonië aanleiding hebben gegeven tot de populaire draailierbenamingen van het type tête de cheval, zoals het Luikerwaalse tièsse di tch’vå. Enkele draailieren in Duitse en Engelse musea, en nog een ander exemplaar in het mim (inv. 1479), hebben een vergelijkbare vormgeving. Al deze instrumenten zouden stammen uit het Duitse cultuurgebied of de Lage Landen.

Oorspronkelijk waren er elf toetsen voor een diatonische toonreeks (do-re-mi-fa-sol-la-si-do-re-mi-fa), en vijf darmsnaren: een melodiesnaar en vier bourdons, waarvan een trommelsnaar of ‘trompet’. Een trommelsnaar loopt over een kam die los op het bovenblad staat. Wanneer de speler met een polsslag het wiel bruusk sneller doet draaien, gaat de kam onzichtbaar ‘trommelen’ op het bovenblad, en ontstaat er een knarsend geluid waarmee de speler het ritme kan accentueren.

Het instrument werd in de vroege jaren 1950 ‘ontdekt’ bij de familie Solheid door de jonge René Hausman, die later naam zou maken als illustrator en striptekenaar. Met zijn groep Les Pêleteûs behoorde hij in de prille jaren 1970 tot de pioniers van de Waalse folk revival. De draailier van de familie Solheid prijkt op de hoes van de allereerste lp van de revival: Musique traditionnelle et folklorique des Ardennes belges van Les Zûnants Plankèts (1973). Een van de muzikanten in deze groep was de draailierspeler en instrumentenbouwer Jacques Fettweis (1926-1991). Voor de vormgeving van zijn ‘Ardense’ draailieren inspireerde hij zich op het instrument van de familie Solheid.

Media
Images: 
(2013.073)
(2013.073)
(2013.073)
(2013.073)
(2013.073)
(2013.073)
(2013.073)
(2013.073)
LP Alpha 5014, 1973
midden: Jacques Fettweis met zelfgebouwde draailier, LP Alpha 5016-17, 1974