PrintMail this page

duda

aërofoon

Deze duda behoort tot een groep van doedelzakken die naast een melodiepijp en een bourdon ook een 'contrapijp' hebben. Dat is een pijp met onderaan één vingergat. Wanneer dat open is, weerklinkt de grondtoon; wanneer het gesloten is, zakt de toon met een kwart tot de dominant. In dansmuziek wisselen de spelers beide tonen af om het ritme aan te geven. Maar de contrapijp kan ook een melodische of harmonische functie hebben. Melodie- en contrapijp zijn meestal parallel geboord in een gemeenschappelijke speelpijp, maar het kunnen ook twee aparte pijpen zijn die tegen elkaar zijn aangebracht op een drager. Onderaan heeft de contrapijp een verlengstuk dat vaak eindigt in een klankbeker. Alle pijpen hebben een cilindrische boring, en zijn voorzien van enkelrieten.

Doedelzakken met een contrapijp komen of kwamen hoofdzakelijk voor in gebieden die tot het Verdrag van Trianon (1920) deel uitmaakten van het koninkrijk Hongarije, en daarbuiten ook in enkele aangrenzende streken. Na 1920 werden ze nog bespeeld in Hongarije en Slovakije, de Banat (in het noordoosten van Servië en het zuidwesten van Roemenië), Oost-Servië,  het westen van Transsylvanië (Roemenië), Slavonië en rond de Sava-rivier (Kroatië), bij de Hongaarse Csángó-bevolking in Roemeens-Moldavië, en bij de Hoetsoelen in de Oekraïense Karpaten. Merkwaardig genoeg komt er zo'n tweeduizend kilometer ten westen van dit Centraal-Europese verspreidingsgebied nog een andere doedelzak met contrapijp voor: de boha, de doedelzak van de Landes in het zuidwesten van Frankrijk. De etnomusicologen staan hier voor een raadsel. Over de oorsprong van de contrapijp is niets bekend met enige zekerheid. Men neemt evenwel aan dat ze minstens teruggaat tot de vroege 18de eeuw.

Deze doedelzak werd gemaakt door Mykhaylo Tafiychuk (°1939), een Hoetsoelse muzikant, instrumentenbouwer en hoef- en gereedschapssmid uit het bergdorpje Bukovets (district Verkhovyna, provincie Ivano-Frankivsk) in de Oekraïense Karpaten. In 1992 kreeg Mykhaylo Tafiychuk het bezoek van Hubert Boone, wetenschapper van het mim, die toen een opnamereis ondernam in Oekraïne. Boone bestelde bij Tafiychuk meteen twee fluiten (dentsivka en dvodentsivka), en deze duda. Deze drie instrumenten zijn permanent tentoongesteld in het museum.

In de zomer van 2008 kreeg Mykhaylo Tafiychuk opnieuw een wetenschapper van het mim over de vloer. Deze keer was het Wim Bosmans die hem honderduit vragen stelde over de Hoetsoelse volksinstrumenten.

Over hoe hij doedelzakken is beginnen maken, vertelde Mykhaylo Tafiychuk:

'Toen ik jong was, kende ik maar twee duda-spelers. Er was er een in het buurdorp Yaseniv, die Ivan Martyshchuk heette. En dan was er nog een tweede, Ivan Mykhaylyuk, die ook doedelzakken maakte. Ik speelde fluit, viool en trembyta (alphoorn). Maar toen ik vijfentwintig was, vond ik het toch wel beschamend dat ik nog geen doedelzak kon spelen. Ik bedacht een listig plannetje. Ik trok mijn stoute schoenen aan en klopte aan bij Ivan Mykhaylyuk: 'Kun jij voor mij een duda maken? Een heel eenvoudige, zonder snij- of inlegwerk. Zo goedkoop mogelijk, voor eigen gebruik.' Toen het instrument klaar was, had ik meteen alle afmetingen van alle onderdelen. Nu kon ik er zelf een maken, dacht ik. Maar dat duurde toch nog een half jaar. Het kwam goed uit dat ik een gereedschapssmid was. Zo kon ik mijn ruimers en ander gereedschap zelf maken. Dat had ik trouwens al eerder gedaan voor Ivan Mykhaylyuk. Mijn eerste doedelzak leek nergens naar, en ik verbrandde hem. Mijn tweede doedelzak verkocht ik. Met mijn derde trok ik naar Mykhaylyuk, maar ik liet hem niet dadelijk zien. Mykhaylyuk gaf mij een van zijn instrumenten om op te spelen. Maar in de gang, buiten zijn zicht, begon ik op mijn eigen duda te spelen. Dan nam Mykhaylyuk mijn instrument over en probeerde het uit. Hij bekeek het aan alle kanten, zei niets, en trok alleen een grimas. Ik vroeg: 'Wat scheelt er? Is er iets mis mee?'.  'Bijlange niet,' antwoordde Mykhaylyuk, 'maar zo'n goede als de jouwe kan ik niet maken.'

Voor de zak gebruikt Mykhaylo Tafiychuk het binnenstebuiten gedraaide vel van een eenjarige geit. Nadat hij de kop en de poten heeft afgesneden, stroopt hij het vel af, zoals men een trui over het hoofd trekt. De huid bewerkt hij alleen met kvass, een licht alcoholische drank  op basis van in water gefermenteerd roggebrood. Aan de kant van de achterpoten wordt de zak stevig dichtgebonden. De dubbele speelpijp wordt ingebracht in het gat van de nek, de vulpijp en de bourdon in de gaten van de voorpoten. Het houtwerk is versierd met snijwerk, ingelegde synthetische rijgpareltjes en ringen in bakunt, een witte legering van koper en zilver. Mykhaylo Tafiychuk is de laatste Hoetsoelse doedelzakbouwer. Hij vreest dat het instrument samen met hem zal verdwijnen.

In de opname zingt hij:

            En de kleine duda speelde mooi.

            En de kleine duda blies.

            En de Hoetsoelse maakt zich zorgen

            Omdat de Hoetsoel danst!

 

            En de kleine duda speelde mooi.

            En de tsymbaly (hakkebord) bam bam.

            Kom, kom, meisje,

            Ik zal je iets geven, geven!

(Met dank aan Roman Pechizhak en Ivan en Halyna Yusypiuk voor de vertaling.)

Media
Images: 
duda 1994.008
melodiepijp van duda 1994.008
Mykhaylo Tafiychuk, 2008 (© Ritteke Demeulenaere)
Onderdelen van een duda van Mykhaylo Tafiychuk, 2008 (© R. Demeulenaere)