PrintMail this page

fujara

aërofoon

fujaraDeze fluit valt vooral op door haar uitzonderlijke lengte. Tot omstreeks 1900 was een lengte van 90 tot 150 cm de regel. In de vorige eeuw is de fujara steeds langer geworden. Tegenwoordig meten fujara's meestal 170 tot 180 cm, maar er zijn exemplaren van meer dan twee meter. Traditioneel wordt het instrument gemaakt van een lange vliertak die enkele jaren heeft gedroogd, en met de hand wordt uitgeboord. De jongste decennia wordt ook wel ander hout gebruikt of zelfs kunststof. Er zijn nu ook demonteerbare instrumenten, in twee of drie delen. Die zijn makkelijker mee te nemen.

De bouwer van de fujara van het mim is niet bekend. Het instrument werd in 1982 aangekocht bij een Brusselse antiquair. Het is een traditioneel 20ste-eeuws exemplaar, 167,5 cm lang, gemaakt van vlierhout en versierd met de gebruikelijke lichtbruine decoratie van geometrische en florale motieven. Die worden gepenseeld met salpeterzuur (HNO3), waarna het instrument wordt afwerkt met politoer.

De fujara is een boventoonfluit met drie vingergaten, net als de eenhandsfluit. Anders dan bij de blokfluit, maar net zoals bij de koperblazers blaast de speler ook over naar andere boventonen dan het octaaf: kwint, kwart, grote terts, kleine terts, ... De ontbrekende tonen worden dan aangevuld met de drie vingergaten.

Over de vroege geschiedenis van het instrument is weinig bekend. Een fujara vertoont wel enkele opvallende gelijkenissen met de Stamentien-Bass die wordt afgebeeld door Michael Praetorius in zijn Syntagma Musicum van 1619, en die hij voorstelt als een soort van baseenhandsfluit. Stamentien-Bass en fujara zijn allebei kanaalfluiten met drie gaten. Ze zijn zo lang dat je onmogelijk bij de vingergaten kunt als je ze aanblaast op de kop. Daarom worden ze, net zoals de basblokfluit, een eind onder de kop aangeblazen via een pijp die de luchtstroom naar de kop leidt.

Typisch voor het fujara-spel is de rozfuk: ter inleiding blaast de speler zijn fluit zo krachtig mogelijk aan, tot de hoogste boventonen, waarna hij de rij van de boventonen schoksgewijs afdaalt tot bij de tessituur van de melodie. Dat inblazen diende oorspronkelijk alleen om het instrument te testen. Maar omdat het zo'n indruk maakt op het podium is het onderhand de regel geworden. Op fujara worden doorgaans langzame liederen gespeeld, en tussendoor zingt de speler die ook vaak. Dikwijls gaan die liederen over de heldendaden van herders en rovers, zoals de mythische volksheld Juraj Jánošík (1688-1713), de Slovaakse Robin Hood.

De fujara was oorspronkelijk een herdersinstrument, alleen bekend in een klein gebied in de bergen van Centraal-Slovakije: de regio Podpol'anie ('aan de voet van het Pol'ana'-gebergte) en aangrenzende delen van Horehronie, Gemer en Hont. De herders gebruikten de fujara ook als leunstok, of als afweer tegen wilde beesten.

Vanaf het midden van de negentiende eeuw kenden de Slovaakse romantici dit bijzondere, nergens elders voorkomende instrument een identitaire betekenis toe. De fujara groeide uit tot een symbool van de Slovaakse cultuur, en sinds de onafhankelijkheid in 1992 zelfs van de Slovaakse staat. Daar heeft de huidige president, Ivan Gašparovič, een belangrijke hand in gehad. Gašparovič speelt het instrument zelf, en hij doet het graag cadeau aan zijn collega's-presidenten of andere hooggeplaatste buitenlandse bezoekers. De status van de fujara nam nog toe toen hij in 2005 door de Unesco werd uitgeroepen tot Meesterwerk van het orale en immateriële erfgoed van de mensheid.

De herders spelen ondertussen allang geen fujara meer. Maar het instrument bloeit als nooit tevoren. Er zijn nog nooit zoveel bouwers en spelers geweest als in de laatste decennia. Door zijn elegische, archaïsche en mystiek aandoende klank heeft het instrument ook zijn weg gevonden naar de wereldmuziek, het nieuwe heidendom en de muziektherapie.

Media
Images: 
fujara 1982.016-03
fujara 1982.016-03
fujara 1982.016-03, detail
Michal Fil'o in zijn atelier, Banská Bystrica, foto ritteke demeulenaere
Dušan Holik en Jaroslav Sloboda, Detva, foto ritteke demeulenaere
fujaraspeler in klederdracht van Podpol’anie, foto ritteke demeulenaere