PrintMail this page

hajhouj

chordofoon

De hajhouj (spreek uit 'hazjhoezj') of guembri is de luit van de Gnawa. De Gnawa zijn de afstammelingen van zwarte slaven die sinds de zestiende eeuw, of misschien nog eerder, vanuit de Sahel werden meegevoerd naar Marokko. Hun rituele trancemuziek is nog altijd heel populair in Marokko en ze inspireerde ook tal van Westerse rockmuzikanten. Deze hajhouj is een recente aanwinst van het mim. Hoe het instrument in Brussel terechtkwam, leest u in het volgende fragment uit het muzikale dagboek van conservator Wim Bosmans.

"Fès (Marokko), 9 en 10 april 2009

Donderdag. Na de geuren en kleuren van de leerlooierssoek kuieren we verder noordwaarts in het Mohassinesteegje. Even verderop vinden we een instrumentenwinkeltje. We stappen binnen. Net zoals alle andere Marokkaanse instrumentenwinkeltjes is het van onder tot boven volgestouwd met instrumenten van allerlei slag en soort. Mijn oog valt op een mooie guembri of hajhouj, de 'basgitaar' van de gnawa. Dit exemplaar lijkt me dadelijk iets voor het mim. De winkelier heeft het zelf gebouwd, en - nog interessanter - hij blijkt zelf een mkadem of maâlem (gnawameester) te zijn. Voluit heet hij Mohammed Ben Boujamaâ Filali, kortweg Ben Boujamaâ, de zoon van Boujamaâ. Ik vertel hem dat ik de hajhouj wil kopen, maar dan wil ik er ook graag een opname van maken. Ben Boujamaä heeft een voorstel: ik betaal alvast een voorschot, en kom de volgende ochtend om tien uur terug voor een kleine gnawasessie in zijn atelier, waarvoor hij de voorzanger van zijn groep zal optrommelen.

Vrijdagochtend in het winkeltje van Ben Boujamaâ. De zanger is er al. Hassan heet hij, en hij verdient de kost als babouchemaker. Ook de twaalfjarige Khalid is er, het zoontje van een vriend van Ben Boujamaâ. Ze zijn allebei gehuld in een blauwe tuniek, en hebben een typische gnawamuts op, versierd met tientallen kleine kaurischelpen en met aan weerszijden een dikke lange kwast die tot op de borst valt. Ben Boujamaâ heeft het andere, fezvormige model van gnawamuts op, met één enkele kwast aan het eind van een lang touw dat midden op het dak van de muts zit. Naar goede gnawatraditie heeft de meester wierookstokjes aangestoken om ons in de stemming te brengen. Ook de thee staat klaar. De mannen beginnen met de traditionele welkomstgroet van een gnawasessie: Salam aleykoum. Ze brengen een goede staalkaart van de gnawamuziek, met en zonder metalen qarqaba-kleppers. Voor sommige nummers plaats Ben Boujamaä een blikken sersara-rammelaar bovenop de hals van zijn luit. Af en toe doet hij een klassiek gnawatrucje: met zijn hoofd slingert hij de kwast van zijn muts rond, als de wieken van een helikopter. De jonge Khalid danst. Hij draait om zijn as, en buigt door zijn knieën. Hij kleppert ook even mee. Zo te zien heeft deze knaap de gnawamicrobe goed te pakken.

De klankkast van het instrument dat ik koop, is gehouwen uit een blok notenhout. Het 'bovenblad' is gemaakt van het nekvel van een dromedaris, en de snaren van darmen van een geitenbok. De inleg is van koehoorn. Het vel is versierd met henna. Blijft die henna wel, vraag ik hem. Hij toont het instrument van zijn vader, en dat is zeker honderd jaar oud, zegt hij. De hennaversiering is er nog altijd. Ben Boujamaâ is trots op zijn afkomst: 'Ik ben de zoon van maâlem Boujamaâ, en mijn grootvader Sadek was ook al een gnawameester.'

En dan is het voor Ben Boujamaâ hoog tijd om te vertrekken naar de moskee voor het vrijdaggebed. De jonge Khalid vergezelt ons een eind op de terugweg naar ons hotel. Hij staat erop het instrument te dragen."

Media
Images: 
vlnr Hassan Ben Jilali, Khalid en Ben Boujamaâ, Fes 04/09 © Ritteke Demeulenaere
hajhouj 2009.024 met rammelaar
detail (achterzijde) van hajhouj 2009.024
rammelaar op hajhouj 2009.024

Archief

05/2012
06/2012
07/2012
08/2012
09/2012
10/2012
11/2012
12/2012
01/2013
02/2013