Print

Hertenlokker

aërofoon

Het gebruik van de lokker in de hertenjacht

Het hert is ongetwijfeld het meest indrukwekkende dier in onze bossen. Van de grotschilderingen in Lascaux tot de vriendelijke compagnon van Diana, van de vreemde Keltische god Cernunnos met gehoornd hoofd, vele kunstwerken en mythes getuigen van de aantrekkingskracht die hij uitoefent op de mens. Er zijn heel wat prachtige verhalen over dit bijzondere dier, ze bevestigen enkel zijn status als koning van het bos.

Deze uitstraling is zeker mede te danken aan zijn afmetingen (1m40 bij de schoft, van 150 tot 200 kg voor de oudste proefpersonen), zijn aristocratische houding, een majestueus gewei en zijn kracht. En misschien ook aan zijn associatie met bomen en planten, waardoor hij een soort genie van het bos werd? De traditionele farmacopee gebruikt zijn gewei, waarvan wordt gezegd dat het bijna alle aandoeningen geneest. Kracht, noblesse en magie: de hertenjacht, zo oud als de mensheid, werd in de middeleeuwen het voorrecht van de adel.

Het object dat we deze maand voorstellen is een hertenlokker (afb. 1). Deze dient om de roep van het hert na te bootsen, en het dichterbij te lokken, oorspronkelijk om erop te jagen. Die manier van jagen staat bekend als de lokjacht en is afgeleid van een zeer oude jachttechniek waarbij de 'lokker' of het aas een getemd, verminkt of in bedwang gehouden dier is dat in de buurt van de hinderlaagjager wordt vastgehouden en wiens roep een ander dier aantrekt.

(Afb. 1, hertenlokker, synthetisch hars, K. Weissenkirchen voor Eurohunt GmbH, 2019. Inv. mim 2019.0049)

Dit is te zien op het antieke mozaïek van Lillebonne (2de eeuw, afb. 2). Een hert wordt aan de lijn gehouden door een man die verstopt zit in een struik. Een ander hert, aangetrokken door de kreten van zijn soortgenoot, arriveert aan de linkerkant, vergezeld van een kudde hinden. Hij ziet de hinderlaagjager die zijn boog trekt om hem neer te halen niet. Gezien de indrukwekkende afmetingen van het aas, lijkt dit type jacht ons vandaag misschien een beetje onwerkelijk. Het lokaas werd vervangen door een lokroep, wat het werk van jager aanzienlijk vergemakkelijkte.

(Afb. 2, detail uit de Lillebonne mozaiek,3e - 4e eeuw v.c., Rouen, Musée départemental des Antiquités. Uit Duval, Mémoire de la société des antiquaires de Normandie, 1871)

Dit blijkt uit de lokkers uit de oude steentijd, zoals die van Saint-Marcel (afb. 3), van Placard of van Isturitz. Deze zijn gemaakt uit scheenbeenderen van steltlopers en lijken de directe voorouders zijn van ons instrument van de maand te zijn, door hun gegraveerde versiering van hertengroepen.

(Afb. 3, loktuig van Sint Marcel, vogelbeen versierd met gravures van hertengewei, 13e millenium v.c. (Magdalénien) Saint-Marcel, Musée d'Argentomagus. © Musées de la région Centre)

Het gebruik van hoorns voor de jacht op herten is gedocumenteerd bij veel oude volkeren. Sommige indianenstammen in Canada gebruiken lokhoorns in berkenschors. Uit Scandinavië en Rusland zijn zeer oude houten hoorns bewaard. In de oudheid al vonden Aristoteles (Historia animalium, boek IX) en Claudius Aelianus (De natura animalium, XII, 46), de aantrekkingskracht van hun geluid op het dier iets magisch: '... De hinden lieten zich vangen als we fluit spelen of zingen, ze gaan dan met plezier liggen. Als er twee jagers zijn, zingt de een of speelt de fluit in het volle zicht, de ander staat er achter en schiet wanneer de ander een seint geeft. Als de hinde toevallig rechtopstaande oren heeft, kan ze goed horen en is het niet mogelijk hem te verrassen; maar als ze ze heeft laten zakken, laat ze zich meenemen'. Voor Aelianus zijn de lokhoorns dus magisch, omdat ze de dieren kunnen betoveren.

Op enkele uitzonderingen na is de lokjacht in België niet meer toegestaan, en zeker niet voor herten. Ze wordt echter nog steeds beoefend in Midden- en Oost-Europa. Bij ons wordt de hertenroep dus nog enkel gebruikt door natuurliefhebbers, die het dier willen benaderen om het te observeren of te fotograferen. Er zijn ook wedstrijden voor het nabootsen van de lokroep. In België vindt deze plaats in Saint-Hubert, doorgaans begin september (zie video).

Hertenlokker

De hertenlokker zendt zelf geen geluid uit. Het roepgeluid komt uit de keel van de roeper, de rol van de hoorn is eerder die van een versterker. Omdat het strottenhoofd van een hert veel langer is dan dat van een man, kan de laatste qua grootte niet concurreren met het dier. Het geluid kan dus ook zonder object worden geproduceerd, door simpelweg de handen als versterker om de mond te houden. Sommigen gebruiken ook een grote schelp, waar aan de punt een gat gemaakt wordt met een diameter van 2 cm. De hoorn kan gemaakt zijn van hout, metaal, plastic. Hij kan gemaakt zijn uit een enkele buis, of hij kan telescopisch uit één of twee delen bestaan, zoals hier het geval is. Door de lengte te variëren, kan de beoefenaar de verschillende nuances van de roep nauwkeuriger weergeven.

De kreten die men tijdens deze periode slaakt, worden in het Frans 'brame' of 'raire' genoemd. Het woord 'brame' verwijst ook in het algemeen naar deze tijd van het jaar. Het bos is dan gevuld met deze fantastische geluiden, vergezeld van het geluid van de mannetjes die met elkaar vechten door hun geweien tegen elkaar te slaan of hun gewei afschuren tegen bomen en struiken. Dit gebeurt meestal in de schemering en in het donker. De volle maan of een sterrenhemel, kalm en koud weer zijn bijzonder gunstig. 'Raire' is vaak kilometers ver te horen. Zulke momenten zijn perfect om het dier te benaderen, je moet er enkel voor opletten dat je er niet plots oog in oog mee staat.

Het gebruik van een lokker vereist een zeer grote kennis van het dier in kwestie. Elke soort heeft zijn eigen oproepen, die variëren afhankelijk van de omstandigheden of zelfs van de tijd van het jaar. Herten zijn meestal vrij stille dieren. Ze laten hun roep alleen horen in de bronsttijd, wanneer de mannetjes een kudde hinden rond zich verzamelen en tegen elkaar strijden om de voortplanting. Dus dat geeft hen slechts vijftien tot twintig dagen aan conversatie per jaar, aangezien alles in wezen plaatsvindt tussen 15 september en 15 oktober.

Het is belangrijk dat de gebruiker van de oproep bekend is met de expressieve nuances van het dier. De roep kan sterk variëren, afhankelijk van de conditie van het hert of de locatie. Bijvoorbeeld, afhankelijk van of hij op zoek is naar hinden, of hij een rivaal ontmoet, of hij zijn kudde vergezelt, of hij een winnaar is in de strijd, enz. Over het algemeen neigen de klanken naar de 'A-OU-ÂH', op een dalend octaaf. Het gevecht gaat gepaard met reeksen van zeer lage 'EU-EU-EU-EU', 6 tot 7 keer herhaald, terwijl een 'A-OU-ÂH' gevolgd door vier of vijf 'EU-EU-EU-EU' in stijgende lijn, duidt op een hert in zijn kudde. Er gaat daarom veel studiewerk vooraf aan een correct gebruik van de lokroepen. Enkel zorgvuldige observaties in een regio die rijk is aan wild bereiden de roepers hierop voor.

Bibliografie

- Dr. Alain, Un appeau magdalénien, in Bulletin de la Société préhistorique française, jaargang 1950, p.181-192.

- A. Chaigneau, Les genres de chasses, Parijs, Payot, 1961.

- A. Chaigneau, Braconnage et contre-braconnage (chasse-pêche), Parijs, La maison rustique, [1967], p.16-17.

- M. Dupérat, Le cerf, Parijs, Artémis, 2009.

- M. en P. Vauthey, À propos des représentations antiques de la « chasse au brame », in Revue archéologique du Centre de la France, jaargang 1968, p.335-342.

- G.M. Villenaye, (éd.), La chasse , Parijs, Larousse,  [1954], p.139-141.

External Video
See video