PrintMail this page

higheghe

chordofoon

Sinds de jaren 1990 zie je in onze steden af en toe eenzame straatmuzikanten die een ongewoon instrument bespelen dat er uitziet als een kruising tussen een viool en een trompet, en klinkt als een oude grammofoon. Die muzikanten zijn Roemeense zigeuners, en ze komen allemaal uit Bihor, een district tegen de grens met Hongarije. Daar, en ongeveer daar alleen, heeft deze trompetviool - de higheghe, ook vioară cu goarnă ('viool met hoorn') genoemd - wortel geschoten in de traditionele muziek. Ze is er zelfs uitgegroeid tot het muzikale embleem van de streek. Maar dat gebeurde pas in een vrij recent verleden.

De trompetviool werd rond 1900 ontwikkeld door een Engelse ingenieur van Duitse afkomst, Augustus Stroh (1828-1914). Vandaar ook de benaming strohviool. Zijn instrument bood een oplossing voor een probleem bij de toenmalige opnametechniek: de klank van een gewone viool bleek moeilijk te richten naar de hoorn die de muziek moest opvangen. Daarom verving Stroh de klankkast door een metalen hoorn. Die versterkt de trillingen die via de kam opgepikt worden door een membraan (het diafragma) in een rond metalen doosje, net zoals de weergever bij oude grammofoons.

Toen de Hongaarse componist en volksmuziekonderzoeker Béla Bartók veldopnamen maakte in Bihor in de periode 1909-1917, was de trompetviool nog een jong instrument, dat vooral in opnamestudio's werd gebruikt. Dat Bartók er nergens melding van maakt, is dus niet zo verwonderlijk. Maar zelfs Traian Mârza, die veldwerk deed in Bihor in de periode 1961-1973, noteerde geen enkele dansmelodie die gespeeld werd op trompetviool. Het is pas vanaf de jaren 1970 dat het instrument in Bihor meer en meer de plaats innam van de klassieke viool. In 2005 verzamelde de etnomusicoloog Mircea Câmpeanu 260 dansmelodieën in het district, waarvan 60% gespeeld op trompetviool. Zo is de higheghe of vioară cu goarnă op nauwelijks enkele decennia tijd het muzikale symbool van Bihor geworden.

Het exemplaar in het mim werd in 2007 aangekocht bij Ioan Pop, een bekend volksmuzikant uit Maramures, een district in het noorden van Roemenië. Pop wist niet precies waar het instrument vandaan kwam en wie het gebouwd had. Dat werd duidelijk in de zomer van 2011, toen Wim Bosmans, conservator van de volksinstrumenten, ter plekke in Roemenië op onderzoek ging. In het dorpje Lazuri bij Roşia klopte hij aan bij Dorel Codoban (1946-2012), de bekendste bouwer van trompetviolen in Bihor, en ook een van de beste spelers. Bosmans legde Codoban foto's voor van het instrument in het mim. Hij twijfelde geen ogenblik: dit was er een van hem!

Hoe Dorel Codoban de trompetviool leerde kennen, is een merkwaardig verhaal. In 1965 was hij als vioolspeler op concertreis met een folkloregroep. In een Servisch provinciestadje zag hij op een zondag voor het eerst een trompetviool schitteren in de stoffige vitrine van een gesloten antiekwinkel. De gedachte aan het instrument liet hem niet los. Thuis probeerde hij het na te bouwen, zonder eerst goed te weten hoe het moest. Uiteindelijk, na heel wat slapeloze nachten, lukte het hem. Zijn eerste exemplaar knutselde hij ineen met de hoorn van een klaroen van de pioniers (de communistische jeugdbeweging) en een weergever van een grammofoon dat hij van een buur had gekregen. In de loop der jaren volgden er vele honderden bestellingen uit binnen- en ook buitenland. Dat de trompetviool de afgelopen veertig jaar zo populair is geworden in Bihor, is dus voor een belangrijk deel te danken aan deze Dorel Codoban. Hij overleed begin dit jaar, pas 66 jaar oud, nauwelijks een half jaar nadat Wim Bosmans hem had bezocht.

Het instrument van het mim dateert van het einde van de vorige eeuw. Ook hier maakte Codoban gebruik van gerecupereerde onderdelen: een weergever van His Master's Voice en een hoorn van een afgedankte trompet.

Media
Images: 
higheghe 2008.001
higheghe 2008.001
External Video
See video