PrintMail this page

janggu

membranofoon

De janggu of 장고, alomtegenwoordig in de Koreaanse muziek, mag het officieuze nationale instrument genoemd worden. Zowel amateurs als beroepsmuzikanten bespelen deze grote zandlopervormige trommel, alleen, binnen een ensemble of als begeleiding van een solist of zanger. De janggu weerklinkt zowel aan het hof, in de stad als op het platteland.

Deze trommel brengt ritmische structuur en dient ter ondersteuning van de melodische instrumenten. Hij is de spelverdeler in het hedendaagse percussie ensemble samulnori en kent tegenwoordig een virtuoos solo repertoire.

Al tijdens de eerste eeuwen van onze tijdrekening duikt de janggu op in beeldhouwwerk en op schilderijen, de oudste vermeldingen in de literatuur gaan terug tot 1076. Vanaf de 15e eeuw zien wij een notatiesysteem ontstaan met ritme, en meteen is een partij weggelegd voor de janggu. Elk type aanslag wordt aangeduid met een onomatopee, een manier om muzikale zinnen vast te leggen en over te dragen naar latere generaties.

De trom zelf is gehouwen uit een blok paulownia, een houtsoort die vaak gebruikt wordt in de instrumentenbouw in het Verre Oosten. Aan weerszijden zijn vellen van ongelijke dikte gespannen. De janggu wordt bespeeld met twee stokken. De rechterhand slaat met een stok van bamboe, de linker met een stok met een bol erop. Voor sommige soorten muziek laat de speler 1 stok achterwege en slaat met de linkerhand. Zoals bij alle Koreaanse instrumenten zit de janggu speler met gekruiste benen op de grond. Maar bij bepaalde, "duivelse" plattelandsrituelen wordt de janggu gedragen door dansers.

De janggu die op dit moment in het mim te zien is, werd gebouwd door het atelier Yeonaksa in het dorpje Paju. Hij maakt deel uit van de 17 muziekinstrumenten die geschonken werden door het National Gugak Center, het instituut voor traditionele muziek van Seoel.

Media
Images: 
janggu 2011.217
janggu 2011.217
janggu 2011.217
Gugak National Center for Korean Traditional Performing Arts