PrintMail this page

Kamikaula : aardetrommel

idiofoon

De Melanesische Iatmul bevolking woont aan de Sepik rivier, in het noorden van Papoea-Nieuw-Guinea. Dit volk is vooral bekend om zijn kunst en leeft voornamelijk van visvangst in het laaggelegen en moerassig gebied. 

De instrumenten van de Iatmul worden meest gebruikt tijdens ceremoniƫn. En dat is ook het geval bij deze aardetrommel, de kamikaula. Het is een trommel waarbij een uitgegraven gat in de aarde deel uitmaakt van het instrument.

De kamikaula van het mim is gemaakt van een groot en dik stuk hout, gebeeldhouwd in de vorm van een schildpad. De kop en de staart bevinden zich buiten het klanklichaam en zijn uitgewerkt in de vorm van een ring. De rug is versierd en de randen zijn voorzien van een fries. De metalen ringen aan de zijkanten zijn waarschijnlijk nadien aangebracht. Omwille van de klankproductie is de onderkant van de kamikaula hol. De schildpad is niet het volledige instrument, er is ook nog een kuil in de grond nodig om het te kunnen spelen.
Naargelang de traditie van het dorp is die kuil al dan niet gevuld met water. De zware schildpad wordt op de kuil gegooid en het is door de grond of het water te raken dat er een toonloos geluid ontstaat. Door de touwen die door de ringen passeren, is het voor de mannen gemakkelijk om de schildpad terug op te heffen en opnieuw te laten vallen. De kamikaula wordt in paren bespeeld (twee instrumenten en twee kuilen) tijdens de inwijdingsritus van de jongens. 

De Iatmul gebruiken ook een soort watertrommel, de abuk waak. Dit instrument is gemaakt van een uitgeholde boomstam waarvan de uiteindes open zijn. Een van die uiteindes heeft een verlengstuk. Het mim heeft ook een abuk waak in zijn collectie (inv. 4095, voor 1964). Het instrument is versierd met krokodillenmotieven maar werd jammer genoeg geteisterd door termieten. De abuk waak werd ook in paren bespeeld en op dezelfde manier als de kamikaula : ze werden afwisselend op met water gevulde kuilen gegooid. De klank ontstaat wanneer ze op het wateroppervlak vallen.

De klanken van beide instrumenten verbeelden de stem van een voorouder of de geest van een krokodil tijdens de inwijdingsritus van de jonge mannen. Vrouwen en niet-ingewijde jongens mogen die stemmen niet horen.

Media
Images: 
Kamikaula, inv. 3939, bovenaanzicht
Kamikaula, inv.3939, van onderaf gezien
Abuk waak, inv.4095
Schema werking