PrintMail this page

klavecimbel Joannes Couchet, Antwerpen, 1646

chordofoon

Joannes Couchet, geboren op 2 februari 1615 in Antwerpen en overleden in dezelfde stad op 2 april 1655, was de kleinzoon van de grote klavecimbelbouwer Hans Ruckers. In 1626 startte Joannes Couchet als leerjongen in het atelier van zijn oom Joannes Ruckers. Pas 16 jaar later voltooide hij zijn meesterproef waarmee hij werd toegelaten tot het Sint-Lucasgilde van kunstenaars en ambachtslui, waartoe ook de klavecimbelbouwers behoorden. Na de dood van zijn oom in 1642 kreeg Joannes Couchet de leiding over het atelier in de Jodenstraat. Hij hield de reputatie van het huis hoog en behield het internationale clienteel. Zo is lof bekend van de Franse componist en klavecinist Jacques Champion de Chambonnières voor de kwaliteiten van de 2 Couchet instrumenten in zijn bezit. Omdat Couchet ook Antwerpse kerkorgels stemde en onderhield, bijvoorbeeld dat van de Onze-Lieve-Vrouwkathedraal, komen wij hem meer dan eens tegen in officiële documenten en rekeningen. Als eerbetoon aan zijn ambacht en zijn talent als bouwer werd Couchet begraven in een klavecimbelvormige kist.

Grafdicht

In dese kromme kist rust Ian Couchet; met reden:

Sij beeldt syn ambacht uijt en past neet op syn' leden;

De korst na de Pasteij. Dan, leser, weet daer bij,

Hy light niet op syn' rugg, maer op syn'slincke zij.

Constantijn Huygens

Er zijn maar heel weinig instrumenten van Couchet-signatuur bewaard gebleven. Ons inventarisnummer M276 uit 1646 getuigt alvast, zelfs honderden jaren na zijn constructie, van de uitzonderlijke klankkwaliteiten die Couchets instrumenten moeten gehad hebben. Dit tweemanualige klavecimbel met 2 achtvoet en 1 viervoet snarenrijen heeft 4 registers. Waarschijnlijk in de 18e eeuw werd het bereik uitgebreid tot G1/B1 - f3. Zo'n "ravalement" is een ingrijpende aanpassing. Om het klavier te kunnen uitbreiden moesten stembalk en kammen verlengd worden, moest de klankbodem vergroten, inclusief de steunbalken, en moesten er extra snaren en dokken bijkomen. Het valt op dat de 2 klavieren vast gealigneerd zijn, daar waar het instrument oorspronkelijk transponerend was. De kist moet ongetwijfeld rijkelijk versierd geweest zijn maar op een bepaald moment is de hele buitenzijde jammer genoeg bedekt met een verflaag. Een stilleven en een jachtscène zijn gelukkig bewaard op de binnenkant van het deksel, de beschildering van de klankbodem is zeker oorspronkelijk. Zoals op alle Vlaamse klavecimbels zien wij een bonte mengeling van bloemen, fruit en vogels. In het midden een rozet van verguld lood met een harpspelende engel en links en rechts de initialen "I." en "C.".

Media
Images: 
klavecimbel Joannes Couchet, M276
dubbel klavier en signatuur M276
Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, KA XLc, 1655, fo.8a.
deksel van M276