PrintMail this page

klavecimbel Pleyel

chordofoon

Het tweemanualige klavecimbel Pleyel (inventarisnummer 1598) met serienummer E1 verliet de werkplaats op 15 juni 1891. Al enkele maanden later werd het instrument geschonken aan het toenmalige Instrumentenmuseum van het Koninklijk Conservatorium van Brussel, het huidige mim. Een belangrijke schenking, want dit klavecimbel kostte wel twee maal zoveel als een vleugelpiano. Belangrijk genoeg alvast voor L'Écho musical om in zijn editie van 15 juli 1892 te spreken van "een onvergelijkelijke elegantie en opmerkelijke verfijning, dit beroemde huis waardig [... het instrument] verenigt de delicate en gevarieerde toonvorming van vroeger met de bedrijfszekerheid en precisie van de hedendaagse instrumentenbouw".

Dit Pleyel klavecimbel kan beschouwd worden als het prototype van het « moderne klavecimbel ». Het is te plaatsen in de revival van de herontdekking van de oude muziek, die begon omstreeks 1830. Een mooi voorbeeld van deze vernieuwde interesse waren de historische concerten in Parijs, georganiseerd door de Belgische componist, musicoloog en muziekcriticus François-Joseph Fétis (1784-1871). In de tweede helft van de 19e eeuw nam het belang van deze beweging nog toe. In het streven naar oorspronkelijkheid werd het algauw belangrijk geacht om oude muziek op aangepast instrumentarium te spelen. Daarom werden oude instrumenten weer speelbaar gemaakt of gekopieerd. Het is in die geest dat wij de productie moeten zien van het eerste klavecimbel van het huis-Pleyel, dat voor het eerst werd voorgesteld op de Wereldtentoonstelling van 1889.

Klavecimbel Pleyel inv.1598 is geen exacte kopie van instrumenten uit de renaissance of barok. Volgens Pleyel was de bouw wel gebaseerd op "oude theoretische traktaten" en ook op "studie van een groot aantal 17e- en 18e-eeuwse instrumenten die ongeschonden bewaard bleven in verzamelingen, vooral van meester-bouwers als Ruckers, Couchet van Antwerpen, Blanchet en Pascal Taskin", de constructie doet ondanks die inspiratie van de oude meesters vooral denken aan die van de piano. Getuige daarvan het sobere palissander fineer van het meubel. Dit klavecimbel kreeg zelfs de bijnaam "plectrumpiano".

Wat de registers betreft zien wij de klassieke 3 snarenrijen, die 2 x 8' en 1 x 4' opleveren. Verder is er een nasaal register, terug te leiden tot de lute stop van de Engelse bouw uit de tweede helft van de 18e eeuw, waar de snaren van de bovenste 8-voet dichter bij de kam worden getokkeld, en nog een tweede, gedempt luitregister. De speler bedient deze registers, en ook de registerkoppeling, met pedalen op een lier. Dit was een duidelijke breuk met de historische constructiewijze, maar had als voordeel dat de registercombinaties makkelijker aangesproken konden worden. Elk toetsenbord heeft een bereik van 5 octaven, van fa tot fa, en de toetsen zijn even breed als die van piano's uit dezelfde periode. De dokken zijn voorzien van loden gewichtjes. Schroeven onderaan regelen de lengte van de plectra, en het aanslagpunt van het plectrum kan bijgesteld worden met een tweede schroefje. De plectra zijn overigens van leder en niet van vogelpen. Al de dempers, behalve die van het bovenste gedeelte van de 4-voet, zijn bevestigd op hefboompjes, net zoals bij tafelpiano's uit dezelfde periode.

Dit instrument is gemaakt om te weerstaan aan schade door klimaatsveranderingen en veelvuldig transport. Een waar concertinstrument, dus, dat naar de toen geldende normen kon pochen met "een krachtige klank, robuust mechaniek, gevarieerd timbre en vooral snel wisselbare registers" (Eugène de Bricqueville in 1913). Pleyel bouwde 180 exemplaren van dit instrument tussen 1889 en 1970. Het klavecimbel werd ingehaald als het perfecte instrument om Bachs polyfonie te laten herleven. Muzikale grootheden als de Franse muzikant en musicoloog Louis Diémer (1843-1919) en - vooral - de Poolse pianiste en klaveciniste Wanda Landowska (1879-1959) waren alvast fan. Landowska was een buitengewone artieste en pionier van de herontdekking van de oude muziek. Zij bespeelde dit model van klavecimbel toen zij het atelier van Auguste Rodin bezocht in 1908 en ook op haar reizen naar Rusland, waar zij onder anderen speelde voor Lev Tolstoi. Het is zelfs heel goed mogelijk dat Landowska dit eigenste instrument van het mim heeft uitgeprobeerd tijdens haar museumbezoek in 1910.

Media
Images: 
klavecimbel Pleyel inv.1598
klavecimbel inv.1598 bovenaanzicht
klavecimbel inv.1598 onderaanzicht
Wanda Landowska aan het Pleyel klavecimbel
External Video
See video
Disclaimer: 
Antoine Francisque, Branle uit: Le Trésor d'Orphee