PrintMail this page

Linnstrument

elektrofoon

 'Of we niet geïnteresseerd waren in een Linnstrument', vroeg Geert Bevin ons eind 2016. 'Het instrument werkt nog, maar er zijn aanpassingen aan de interne hardware [van de recente versies] die het niet meer mogelijk maken voor ons om dit exemplaar nog te verkopen.' Intussen is die Linnstrument in ons bezit (inv. 2016.0130), en te bewonderen in de tentoonstellingszaal op de 4e verdieping.

De Linnstrument is van de hand van de Amerikaanse ontwerper Roger Linn. Zijn naam doet menig belletje rinkelen als het over drumcomputers gaat, in het bijzonder de Linn LM-1 (1979), de eerste in zijn soort. Geert Bevin, ingenieur bij Moog, ontwikkelde de software voor de Linnstrument. Het exemplaar van het mim werd gemaakt in oktober 2014 (serie nr. 49). Dit lijkt piepjong, maar in de wereld van de elektronica is dit al een eeuwigheid.

Net zoals de Roli Seaboard (ons instrument van de maandmaart  in 2016) is de Linnstrument een expressive MIDI controller. De expressiviteit heeft betrekking op de manier van aanslaan, de druk en de beweging van de vinger op de 'toets', en het loslaten ervan. Maar in tegenstelling tot de Roli Seaboard, is er bij de Linnstrument geen enkele verwijzing naar het pianoklavier: het instrument bestaat uit acht rijen, elk met 25 vakjes. Binnen één rij bevinden de vakjes zich op een halve toon van elkaar, te vergelijken met de afstand tussen de frets bij een gitaar. Een vlugge rekensom leert ons dus dat een rij overeenkomt met twee octaven. Bij de basisinstelling zijn de rijen gestemd in kwarten, zoals bij de basgitaar. De hele tonen (do, re, mi,...) worden aangeduid met een groen lichtje, de centrale C kleurt blauw. Wanneer je een toon speelt, kleuren alle tonen met dezelfde toonhoogte rood. Dit maakt het gemakkelijker om dezelfde tonen op een andere rij terug te vinden. Alle basisinstellingen kunnen altijd naar eigen smaak en wens aangepast worden. De functies daarvoor bevinden zich in de zwarte rand rond het klavier.

Tijdens het ontwikkelen van de Linnstrument wou Roger Linn afstappen van het klassieke pianoklavier omwille van de vele problemen die deze interface met zich meebracht. Die gedachte was echter niet nieuw. Al in de loop van de 19e eeuw waren er experimenten met klavieren die 'praktischer' waren. Het klavier dat Paul von Jankó (1856-1919) in 1882 ontwikkelde was het bekendste. Het probleem van de onnatuurlijke en dikwijls moeilijke vingerzettingen loste Janko op door de opeenvolging van de tonen te reorganiseren en ze dichter bij elkaar te plaatsen. Een hele verbetering was ook dat de vingerzetting van een akkoord niet veranderde als de muzikant hetzelfde akkoord in een andere tonaliteit speelde, net zoals bij de gitaar.

Veel muzikanten vonden Janko's klavier een hele verbetering en voorspelden het een grote toekomst. Franz Liszt (1811-1886) was er van overtuigd dat dit klavier 'over vijftig jaar alle huidige klavieren vervangen [zal] hebben'. Quod non. Het pianoklavier bleef in de 20e eeuw de belangrijkste schakel tussen de muzikant en de mechaniek, een traditie van meer dan 500 jaar schuif je blijkbaar niet zomaar aan de kant. Robert Moog (1934-2005) maakte in de jaren 1960 gebruik van het eeuwenoude pianoklavier bij het ontwerp van zijn eerste commerciële synthesizers, ook al beperkte dit klavier de speelmogelijkheden ervan. Maar het leek toen wel de beste interface te zijn om contact te maken met de schakelaars onder de toetsen. En door de vertrouwdheid met het pianoklavier kon de synthesizer makkelijker geïntroduceerd worden in de muziekwereld, in het bijzonder in de pop- & rockmuziek.  

Maar voor Roger Linn is het pianoklavier niet enkel een gebrekkige interface, het is ook totaal ongeschikt als expressive controller. De zwarte en witte toetsen liggen niet op één lijn, en dat maakt het onmogelijk om pitch slides en bends  te spelen. Ook vibrato vormt een probleem: op dezelfde lijn van het pianoklavier wordt de do geflankeerd door de si en de re, respectievelijk een halve en hele toon verschil. Dit zorgt voor asymmetrie bij het spelen van vibrato. Deze onvolkomenheden zijn weggewerkt bij de Linninstrument. En Roger Linn ziet nog meer voordelen voor zijn instrument. Door de organisatie van rijen en tonen kunnen de handen dicht bij elkaar blijven en worden moeilijke vingerzettingen vermeden. Het is bij de Linnstrument ook mogelijk om dezelfde toon met verschillende vingers te spelen. Net als bij het Janko-klavier blijft de vingerzetting voor een akkoord gelijk in alle tonaliteiten. En ook al heb je altijd een externe klankmodule of een computer nodig om klank te genereren, de Linnsturment blijft een makkelijk te hanteren instrument.

Maar kan het uitgekiende klavier van de Linnstrument en aanverwanten het halen op het oude pianoklavier? Je zou geneigd zijn 'ja' te zeggen als het over expressive MIDI controllers gaat. Maar het pianoklavier blijft toch dé referentie en voor veel muzikanten is een andere interface een nieuw instrument dat moet aangeleerd worden, en dat blijkt er soms te veel aan. Maar áls je de moeite doet, zijn de resultaten blijkbaar verbluffend:  'What a wonderful instrument, it takes no time to learn, it's so intuitive, with such a light touch synthesis is controlled how it should be. It's irresistible! With just a gentle push or rocking of the fingertips, envelopes unfold and meaningful expression fills my ears.' (David Holdstock)

Tony Beltran is dan weer vol lof over de ergonomische kwaliteiten vande Linnstrumnt: 'As I get older and my hands become less flexible and more prone to injury, the LinnStrument is a good instrument to continue making music with. I can lay it on my lap and use whatever fingering is comfortable. Since it only takes a very light touch to play a note, there is no strain on the hands as there would be with any other instrument such as piano or guitar.'

Wim Verhulst

 

Media
Images: 
Linnstrument Roger Linn Berkeley, Verenigde Staten  2014
External Video
See video
See video