PrintMail this page

Lyra

chordofoon

lyraDe lyra is een driesnarige vedel met een peervormige klankkast die samen met de korte    hals en de kop gesneden is uit één blok hout. Het bovenblad heeft twee klankgaten - de 'ogen' - in de vorm van halve maantjes. Het instrument wordt verticaal bespeeld. Anders dan bij de viool, drukt de speler de snaren niet tegen een toets. Hij verkort ze door ze opzij aan te raken met zijn vingernagels.

Dit vedeltype kreeg waarschijnlijk vorm in het middeleeuwse Byzantium, van waaruit het zich verspreidde over een groot deel van Zuidoost-Europa. Varianten met een nog levende traditie zijn de Calabrische lira, de Dalmatische lijerica, de Bulgaarse gadulka en de kemençe van de Ottomaanse kunstmuziek. De lyra komt ook nog voor in Grieks-Thracië en -Macedonië, en op sommige eilanden van de Egeïsche Zee. Vooral op Karpathos is ze nog zeer geliefd (zie instrument van de maand juli 2012).

In Kreta verwierf de lyra een bijzondere status. Voor de Kretenzers is de lyra een symbool van hun muzikale traditie en van hun culturele identiteit in het algemeen. Naast talloze amateurmuzikanten zijn er honderden lyraspelers - speelsters zijn er nog altijd nauwelijks - die geheel of gedeeltelijk leven van hun kunsten. De lyráris is de spilfiguur van het orkest, en doorgaans neemt hij ook de zang voor zijn rekening. Lyrárides kunnen ware idolen worden. Overal in de dorpen en langs de wegen kondigen posters met hun portret hun optredens aan. In Kreta is feestmuziek meestal lyramuziek.

Sommigen laten de geschiedenis van de lyra in Kreta minstens teruggaan tot de elfde eeuw, of suggereren zelfs een link met het gelijknamige, maar voorts zeer verschillende tokkelinstrument uit de Griekse Oudheid. Maar meestal neemt men aan dat de lyra er vanuit Klein-Azië werd ingevoerd tijdens de Ottomaanse bezetting, en wellicht pas in de vroege achttiende eeuw.

In haar oorspronkelijke vorm had de Kretenzische lyra een kleine en ondiepe klankkast. Om het te onderscheiden van de hedendaagse lyra wordt dit type tegenwoordig lyráki ('kleine lyra') genoemd. Het Mim verwierf er een in de periode 1914-1928 (inventarisnummer 3374). De lyráki heeft drie darmsnaren die a1 - d1 - g1 zijn gestemd, waarbij alleen de a-snaar (de tonica) wordt verkort, de d-snaar los wordt mee gestreken als bourdon, en de losse g-snaar (de subtonica) de traditionele zestonige toonladder onderaan vervolledigt. Ook de doedelzakken van Kreta (askomandoúra) en de Egeïsche eilanden (tsamboúna) zijn zestonig. Wellicht heeft de lyra zich bij haar invoering op Kreta en andere Griekse eilanden gericht naar de muzikale mogelijkheden en speeltechniek van de doedelzak, die er al veel eerder ingeburgerd was, en waarmee de lyra bij gelegenheid ook samenspeelde.

Bij de oorspronkelijke lyráki steken de drie houten stempennen achteraan in de kop. De strijkstok is minder lang dan een vioolboog, en vooral aangewezen voor snelle tempi met korte boogstreken. Er is een reeks belletjes aan gehecht die het ritme accentueren wanneer hij heen en weer gaat. Tot een eind in de twintigste eeuw speelde de lyráris doorgaans alleen, zeker buiten de steden. De bourdon en de belletjes speelden dan ook een belangrijke ondersteunende rol. Ook omwille van haar doordringende klank is de lyráki zeer geschikt om dansen te begeleiden, maar minder om gezang te ondersteunen. Daarvoor kwam in de jaren 1920 een lager klinkend model met een grotere en diepere klankkast in gebruik, de vrondólyra ('donderlyra').

 

De lyráki en de vrondólyra worden tegenwoordig niet veel meer bespeeld. Vanaf de jaren 1950 kozen de lyrárides eerder voor een nieuw tussenmodel dat goed was voor alle werk. Als vader, en  ja, zelfs Stradivarius van de moderne lyra wordt Manolis Stagakis (1913-2006) genoemd, een bouwer uit Rethymnon. Hij ontwikkelde zijn nieuwe model vanaf de jaren 1940. De lyra van Stagakis kreeg al gauw navolging, en in de jaren 1960 werd ze ook de standaard.

Stagakis ging door met enkele esthetische en bouwtechnische nieuwigheden die de lyra al in de jaren 1920 had ontleend aan haar prestigieuze rivaal, de viool. Zo kreeg de hals een vioolkrul, een zwarte toets en metalen snaren, die onderaan werden bevestigd aan een houten staartstuk. De achterwaartse stempennen werden vervangen door zijdelingse houten stemschroeven of metalen stemmechanieken, respectievelijk ontleend aan de viool en de mandoline.

Nog essentiëlere verschillen met de oorspronkelijke lyra zijn van muzikale en speeltechnische aard. Bij de moderne lyra zijn de snaren gestemd zoals de drie laagste snaren van de viool: a1 - d1 - g. Ze staan verder uit elkaar, zodat de vingers ook tússen de snaren kunnen om ze te verkorten. Het toonbereik wordt daardoor veel groter, ook al omdat er nu eveneens in posities wordt gespeeld. De lyráris hoeft zich dus niet langer te beperken tot de oude zestonige bourdonmuziek. Hij kan nu ook vlot moduleren, en bovendien hetzelfde, ook recentere, repertoire spelen als zijn collega's-violisten. De moderne lyra wordt bovendien meestal gestreken met een gewone vioolboog zonder belletjes, die veel beter geschikt is voor een nieuw melodisch repertoire dat om legatospel met lange boogstreken vraagt.

De ontwikkeling en verspreiding van de moderne lyra liep niet alleen samen met een evolutie in de muzikale smaak, maar ook met de opkomst van professionele lyrárides en de veralgemening na 1915 van het samenspel met tokkelinstrumenten, die de ondersteunende rol van de bourdon en de belletjes overnamen. Daaronder de gitaar, de mandoline en luiten als de boulgari en laoúto. Aanvankelijk werd de lyra begeleid door een boulgari, een variant van de Turkse saz, en iets later ook door een laoúto, een luit met een lange hals met frets en een grote, buikige klankkast zoals die van de Arabische ud. Rond 1940 had de laoúto de boulgari nagenoeg volledig verdrongen.

Eigenlijk spreekt het niet vanzelf dat de lyra het muzikale embleem van de Kretenzische identiteit is geworden.  Tot het midden van de twintigste eeuw was het instrument alleen in de centrale helft van het eiland prominent aanwezig, vooral in de provincie Rethymnon. In het westen en het oosten was het eerder de viool die de hoofdrol speelde. Die bereikte Kreta tijdens de laatste decennia van de Venetiaanse bezetting, die eindigde met de verovering van het eiland door de Ottomanen (1645-1669). Het is dus zelfs goed mogelijk dat de lyra pas na de viool werd ingevoerd op Kreta.

Haar huidige status als identitair embleem heeft de lyra goeddeels te danken aan de bemoeienissen van de Griekse musicoloog en cultuurpaus Símon Karás (1903-1999). Karás leidde meer dan dertig jaar lang het Departement nationale muziek van de Griekse staatsradio. Hij bepaalde eigenmachtig wat op de radio kwam en wat niet, en in 1955 sloeg hij de Kretenzische viool in de ban. Karás beschouwde de viool als een vreemde usurpator die verantwoordelijk was voor de achteruitgang van de zuivere, eeuwenoude traditie van de Byzantijnse lyra. Deze betwistbare nationalistische en puristische zienswijze zorgde ervoor dat violisten uit arren moede overschakelden op de lyra. Ironisch genoeg bespoedigden Karás zo de transformatie van de oude, op de doedelzak geënte lyrákitraditie tot de hedendaagse, sterk aan de viool schatplichtige lyramuziek. Later zou Karás toegeven dat hij zich vergist had.

Deze lyra werd in 2014 gebouwd door Nikos Papalexakis (°1978). Conservator Wim Bosmans kocht het instrument in september van dat jaar in het winkeltje van de maker in Rethymnon. Nikos is een zoon van de stichter van de werkplaats, Giorgos Papalexakis (°1948). In 1995 installeerde hij een werkplaats en winkel in het voormalige atelier van Manolis Stagakis in de Dimakopouloustraat 6.

 

De klankkast, de hals en het schroevenstuk zijn gesneden uit één blok walnotenhout. Het bovenblad is van cederhout dat werd gerecupereerd uit een zeshonderd jaar oud Venetiaans huis in Rethymnon. Het staartstuk is van rozenhout. De klankgaten, het bovenblad en de toets zijn afgebiesd met houten inlegwerk en/of een witte strook in kunststof. De toets is bekleed met zwarte kunststof, met een inleg van zes witte plastic stippen, die zogezegd de positie van de noten aangeven, maar hier toch eerder een decoratieve functie hebben. In de rug is een vliegende patrijs gesneden, een traditioneel motief van de vroegere lyramakers in Rethymnon. De bijbehorende boog is van Duitse makelij. Dit is een zogenaamde 'professionele' lyra, wat eerder verwijst naar een fijnere decoratie en het gebruik van duurdere houtsoorten dan naar een betere klankkwaliteit.

Wim Bosmans

 

Media
Images: 
Lyra 2014.720, Nikos Papalexakis, Rethymnon, Kreta, 2014
Lyra 2014.720, Nikos Papalexakis, Rethymnon, Kreta, 2014
Lyra 2014.720, Nikos Papalexakis, Rethymnon, Kreta, 2014
Lyra 2014.720, Nikos Papalexakis, Rethymnon, Kreta, 2014
Lyra 2014.720, Nikos Papalexakis, Rethymnon, Kreta, 2014
Lyra 3374, Kreta, voor 1928
Lyra 2014.720, Nikos Papalexakis, Rethymnon, Kreta, 2014
Audio: 
External Video
See video