PrintMail this page

meer over de werkplaats

De werkplaats van het mim is uitgebouwd op basis van de richtlijnen van het Comité international des Musées et Collections d'Instruments de Musique (CIMCIM, afdeling van het ICOM).

In een ruim atelier ingeplant aan de oostkant van het museum - oostelijk daglicht is ideaal om fijne restauratie en retouches uit te voeren - werken 9 restaurateurs. Er zijn afzuigkappen voorzien bij het gebruik van toxische producten en er is een veiligheidsdouche. Het kleine depot van deze gevaarlijke stoffen en de machinekamer vormen aparte ruimtes. Veiligheid en weren van stof staan centraal. Als courante moderne hulpmiddelen worden endoscoop, binoculair en UV-lamp aangewend.

Heel uiteenlopende disciplines worden in het eigen atelier uitgevoerd: houtbewerking en lutherie, mechanische aspecten van klavieren en gemechaniseerde instrumenten, consolideren en retoucheren van polychrome oppervlakken, verwijderen van oxidatie bij koperblazers. Andere disciplines, zoals leder- en papierrestauratie of textiel, worden aan gespecialiseerde ateliers buitenshuis toevertrouwd.

De complexe structuur en het historische parcours van vele muziekinstrumenten maken hun behandeling boeiend, maar niet gemakkelijk. Om de bouw en de mogelijke verbouwingen te begrijpen is het van belang zijn inwendige structuur te kennen. Een moderne kennismethode is de radiografische opname. Ze is sinds de jaren 1970 voor het mim regelmatig in het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium toegepast. Dankzij hun precisie laten radiografische beelden toe de constructie van de instrumenten in detail te bestuderen en een vergelijkende studie te maken zonder mechanische interventie.

Gunstige neveneffecten van deze onderzoeksmethode zijn dat vroegere interventies zichtbaar worden en dat beschadigingen ontdekt worden die met het blote oog niet waarneembaar zijn. Men kan bijvoorbeeld gemakkelijker de omvang en het verloop van wormgangen in de binnenstructuur evalueren en een adequate behandeling inzetten.

Parasieten zijn dol op zachte houtsoorten, lijm, vernis en vegetale elementen en zijn een voortdurende zorg voor de conservator. Voor de eerste maal koos het mim in 1999 voor een behandeling met stikstof: deze methode is veiliger dan de traditionele vergassingsmethodes en ze is neutraal voor de behandelde voorwerpen. In een gesloten tent wordt zuurstof bijna volledig onttrokken en vervangen door stikstof. Door de lange duur van de behandeling wordt elk levend organisme uitgeschakeld.

Alle interventies worden zorgvuldig gedocumenteerd. Nieuw aangebrachte elementen krijgen een stempeltje "mim", foto's worden gemaakt van elk relevant tussenstadium en in een centraal computerbestand worden details van de interventie ingetikt.

Van instrumenten met grote documentaire waarde maakt de restaurator tijdens een interventie een gedetailleerde technische tekening. Ook snarenplannen van klavieren en mechanieken worden bestudeerd en uitgetekend.

Restauraties worden zo een directe en belangrijke bron voor organologisch onderzoek en vooral voor de bouw van historisch verantwoorde kopieën. Het blijft voor muziekinstrumentenmusea immers koorddansen tussen het passief bewaren van een in oorsprong klinkend object en het bespeelbaar houden ervan voor de huidige generatie met risico op verdere beschadiging door gebruik. Kopieën zijn vaak een uitstekend compromis.

Door degelijk voorbereidend werk, professionele en technologisch onderbouwde ingrepen en een goede documentatie wordt het restaureren een heel belangrijk hulpmiddel bij historisch en organologisch onderzoek. De kennis van het historische muziekinstrumentarium is er de laatste tientallen jaren met reuzenschreden op vooruitgegaan. De muziek heeft er alleen maar bij gewonnen.