Print

Mondorgel

aërofoon

Het mondorgel is een instrument met vrij trillende rieten en een variabel aantal pijpen. Deze laatste zijn verbonden met een holle ruimte waarin de speler blaast. Elke pijp kan één enkele toon voortbrengen, ze klinkt als het overeenkomstige vingergat bedekt is. Het vrije riet trilt in een holle ruimte, die 'lumière' genoemd wordt (fig. 1). Ter vergelijking: het enkel riet, zoals bij een klarinet, slaat tegen een vast stuk en het dubbel riet, zoals bij een hobo, klinkt wanneer er twee rieten tegen elkaar trillen.

Instrumenten met vrij trillende rieten zijn al zeer lang gekend in Oost- en Zuidoost Azië. Samen met de langwerpige citers zijn ze de oudste en meest oorspronkelijkste instrumenten van deze regio's. Ze zijn dan ook terug te vinden in de ensembles daar, zonder echt uitgezwermd te zijn naar andere delen van de wereld. Het vrij trillende riet raakte in Europa bekend in de 19e eeuw, waarschijnlijk dankzij de intensievere contacten met Azië. De kennismaking met dit principe zorgde voor de ontwikkeling van instrumenten als het accordeon, de mondharmonica en het harmonium, die vervolgens ook verspreid geraakten in Azië.

(fig.1) Schema van een vrij trillend riet. Tekening Stéphan Colin © mim

Archeologische vondsten illustreren de lange geschiedenis van de mondorgels. In het graf van Marquis Yi de Zeng (Hubei, China), 433 v.Chr. werd, naast talrijke andere instrumenten, ook een mondorgel gevonden. Het is een gelakte sheng met pijpen in bamboe, die oorspronkelijk in twee parallelle rijen geplaatst werden (fig. 2).

(fig. 2) Mondorgel gevonden in het graf van markies Yi de Zeng (433 v. Chr.) , Liu Dongshen, Zhongguo yueqi tujian, Shandong Jiaoyu Chubanshe, 1992, p. 154

In de provincie Yunnan (in het zuidwesten van China) werd een bronzen voorstelling van een sheng in de vorm van een kalebas ontdekt, ze is versierd met een rund (fig. 3). Deze afbeelding is ook meer dan 2000 jaar oud. Dit instrument, met gaten voor de speelpijpen, lijkt zeer sterk op de instrumenten die vandaag nog gespeeld worden in Zuidoost Azië. Het mim bewaart ook een ken meo uit Vietnam (inv.2001.059, fig.4) en een postkaart uit Laos van het begin van de 20e eeuw met een instrument van hetzelfde type (fig. 5).

(fig. 3) Bronzen voorstelling van een mondorgel, Lijiashan, Yunnan, China. https://www.researchgate.net/figure/Bronze-hulu-sheng-mouth-organ-surmounted-by-a-bull-from-Lijiashan-Hgt-282-cm-The_fig12_233647002  (27/08/2020)

(fig. 4) Ken meo, Vietnam, ca 2000, inv. 2001.059, gift van het Vietnamese ministerie van Cultuur © mim

(fig. 5) Postkaart met muzikant die mondorgel speelt, begin 20e eeuw, inv. MIMICO.ACP.056

Op de Chinese sheng (inv.0732, fig.6) en zijn Japanse equivalent de shô (inv.0735, fig.7) kunnen akkoorden gespeeld worden, zowel door te blazen als door in te ademen. De muzikant hoeft niet te stoppen met spelen om in te ademen en kan dus een lange melodie spelen zonder onderbreking.

(fig. 6) Sheng, China, voor 1886, inv. 0732 © mim

(fig. 7) Shô, Japan, voor 1883, inv. 0735 © mim

Een ander type mondorgel dat gekend is in het Westen is de khaen uit Thailand en Laos. De pijpen uit bamboe staan parallel in twee rijden en zijn verbonden door een smalle houten windkamer. Deze instrumenten kunnen erg verschillen in grootte en sommige zijn bijzonder lang. Een khaen van het mim is wel 2,59 meter lang (fig.8). Heel wat minderheidsgroepen in China hebben een belangrijke mondorgeltraditie, ze spelen het instrument bijvoorbeeld tijdens de oogstfeesten, die voor hen samenvallen met het begin van het nieuwe jaar.

(fig. 8) Khaen, Zuidoost Azië, voor 1989, inv. AC0084 © mim