PrintMail this page

Muchosa

aërofoon

Deze doedelzak is van een type dat voor het eerst werd beschreven en afgebeeld door de Franse geleerde Marin Mersenne (1588-1648) in zijn Harmonie Universelle uit 1636. Mersenne noemde het een Chalemie, ou la Cornemuse rurale ou pastorale des Bergers ('Chalemie of de rurale of pastorale doedelzak van de herders'). Deze doedelzak heeft een speelpijp of schalmei met een conische boring en een dubbelriet, zoals bij de hobo, en twee bourdons of brompijpen met een cilindrische boring en een enkelriet, zoals bij de klarinet. Kenmerkend is dat de kleine bourdon in dezelfde houder zit als de speelpijp. Dit type van doedelzak kwam onder meer voor in de Centrale Pyreneeën, Midden-Frankrijk en Picardië. Op het einde van de achttiende eeuw was het volgens de Zeeuwse musicograaf Joost Verschuere Reynvaan, die het muzelzak noemde, ook 'veel in gebruik onder de herders en landlieden, in Braband en Vlaanderen' (Muzijkaal Kunstwoordenboek, 1795).

In België leefde deze doedelzak het langst voort in het Picardische westen van de provincie Henegouwen. Het instrument werd er onder meer muchosa genoemd, Picardisch voor 'muse au sac'. Ook in Henegouwen waren er, naast ambachtslui, heel wat herders onder de muchards, zoals de doedelzakspelers er genoemd werden. Ze speelden tijdens het hoeden van hun kudde, begeleidden bedevaarten, en luisterden bruiloften en andere familiefeesten op. Misschien wel de laatste speler was herder Alphonse Gheux (Saint Sauveur 1850 - Arc-Ainières 1936). Hij zou noodgedwongen gestopt zijn in 1912, toen zijn speelpijp stukging. Alphonse Gheux is de enige bekende muchard die vereeuwigd werd op een foto.

Er zijn maar drie oude Henegouwse doedelzakken bewaard gebleven, en ze bevinden zich alle drie in het Mim. Ze dateren ten laatste uit de vroege negentiende eeuw. Twee ervan (inventarisnummers 2701 & 2702) komen uit de verzameling van de Ronsische notaris César Snoeck (1834-1898), die ze verwierf bij de familie Piron in Arc-Ainières.

Van dit derde instrument (inventarisnummer 1980.047) bleven alleen de speelpijp en de bourdons bewaard. Het werd kort na 1970 ontdekt door Roger Boucart, veldwachter in Mourcourt, toen hij op vraag van het Musée de la Vie Wallonne op zoek ging naar de laatste getuigen van de doedelzaktraditie in zijn streek. Hij trof het aan in Escanaffles bij herder Marcel Lehon, wiens grootvader en overgrootvader het nog bespeeld hadden. Die overgrootvader was herder Charles-Louis Lehon (circa 1817 - 1901) uit Popuelles, die wellicht niet de eerste eigenaar was. In 1972 kon de doedelzakbouwer en -speler Remy Dubois, die zelf ook op onderzoek ging in de streek, het instrument aankopen bij Marcel Lehon. Die had het niet gegund aan veldwachter Boucart, omdat die hem ooit beboet had voor de netels in zijn weide. In 1980 verkocht Dubois het instrument door aan het Instrumentenmuseum.

Uitzonderlijk aan deze muchosa is het figuratieve snijwerk. Aan de houder van de schalmei en de kleine bourdon is een ramskop gesculpteerd. Op het bovenste deel van de grote bourdon is een kerk te zien en een herder, met zijn staf in de rechterhand en zijn doedelzak onder zijn linkerarm, en met een hond en een schaap aan zijn voeten. Een inscriptie met gestippelde letters is te lezen als Saint Druon à Sebourg / né à Carvin-Épinoy. In Picardië was de heilige Druon (1118-1185), Drogo in het Nederlands, de patroonheilige van de herders. Hij werd inderdaad geboren in Épinoy, een wijk van Carvin in het departement Pas-de-Calais. Druon eindigde zijn leven als belijder en kluizenaar in de grensgemeente Sebourg bij Valenciennes.

Een andere inscriptie met gestippelde letters, op het onderste deel van de grote bourdon,  luidt fapx nart  [?] a moustier.  Verwijst deze signatuur naar de maker of een vroegere eigenaar? Moustier is een dorp op tien kilometer ten oosten van Popuelles.

De Henegouwse doedelzaktraditie werd in 1967 herontdekt door Hubert Boone, toen hij als gids van het Instrumentenmuseum meer wilde weten over de beide muchosa's in de collectie. Veel van wat bekend is over het instrument en zijn vroegere spelers is te danken aan Boones veldwerk van de late jaren 1960 en de vroeger jaren 1970. Dat droeg ook bij tot een herleving van het instrument, met zelfs een nieuwe Confrérie des Muchards de Saint Druon. Een van de spelers is Pascale Gheux, achterkleindochter van Alphonse Gheux.

Wim Bosmans

Media
Images: 
 Muchosa
 Muchosa
 Muchosa
 Muchosa
 Muchosa
Alphonse Gheux, rond 1885, verzameling mim
Snijwerk op de grote bourdon, tekening: Olle Geris

Archief

05/2012
06/2012
07/2012
08/2012
09/2012
10/2012
11/2012
12/2012
01/2013
02/2013