PrintMail this page

nyanyeru

chordofoon

De éénsnarige spijkervedel komt voor in geheel westelijk Afrika. Het bekendst is de vedel van het zogenaamde goge-type, met een halve kalebas als klankkast die met dierenhuid is bespannen. Het ronde klankgat bevindt zich in het vel. Dit vedeltype is onder verschillende namen in West-Afrika te vinden, afhankelijk van de cultuur: goge onder de Hausa en Yoruba cultuur in onder andere Nigeria en Niger, gondze of gonje onder de Dagbamba in Ghana, njarka onder de Songhay in Mali en ruudga onder de Mossi in Burkina Faso.

De nyanyeru is ook een éénsnarige spijkervedel, maar verschilt van het goge-type doordat het klankgat zich niet in het vel, maar in de klankkast bevindt. Deze vedel wordt gemaakt en bespeeld door de Peul. Het Peul-volk is wijdverspreid in westelijk Afrika, van Senegal tot Tsjaad, en in de noordelijke delen van Centraal Afrika. Een groot aantal van hen leeft nomadisch, maar allen zijn met elkaar verbonden door de Fulfulde taal en pulaaku, een set van algemeen aanvaarde gedragsregels. De vedel neemt binnen de Peul-cultuur een belangrijke plaats in, en vormt samen met de fluit en geplukte driesnarige luit de basis van de Peul muziekcultuur. De nyanyeru wordt gebruikt bij uiteenlopende gelegenheden: bruiloften en andere ceremoniën, festivals, op markten en bij mensen thuis als entertainment. Soms is de muziek uitsluitend instrumentaal, maar vaak begeleidt een speler zichzelf op de vedel terwijl hij zingt. De liederen kunnen gaan over alledaagse belevenissen, sociale relaties, historische gebeurtenissen, of dienen als lofzang op een aanwezig persoon (bijvoorbeeld een belangrijke gast).

De nyanyeru is ook bekend onder de Wolof-naam riti, en wordt door de Peul in Burkina Faso ook wel woguerou genoemd.

De klankkast van de nyanyeru is doorgaans gemaakt van een halve kalebas, die bespannen is met geiten- of reptielenhuid. Door de klankkast wordt een houten hals gestoken. De enige snaar is gemaakt van paardenhaar en loopt van het onderste uiteinde van de hals via een kleine V-vormige houten kam die op het klankvel rust naar het bovenste einde van de hals, waar deze vastgebonden is met touw. Het (meestal vierkante) klankgat bevindt zich in de klankkast. Het instrument wordt bespeeld met een kleine convexe boog, die vaak met leder is bekleed. De hars voor de boog kan worden bewaard in de klankkast van de vedel.

De nyanyeru kan rijkelijk versierd zijn met bijvoorbeeld stroken gekleurd textiel, of zoals het exemplaar van het mim met kaurischelpen die met zand en lijm zijn aangebracht, en metalen studs.

Bijzonder is ook dat het instrument dat hier te zien is speciaal voor het mim is gemaakt door Karim Dembele, een vedelbouwer en -speler in Bobo-Dioulasso, Burkina Faso. Geboren in 1991 en opgegroeid in een muzikale familie heeft hij vanaf zijn 14e het vak van vedelbouw van zijn vader geleerd.

In november 2013 treffen we hem thuis op zijn erf in Secteur 19, een buitenwijk van de stad niet ver van het vliegveld. In onderstaande video geeft hij een demonstratie van de zojuist door hem gebouwde nyanyeru, te midden van spelende kinderen, vrouwen die zich bezig houden met de was en rondlopende familieleden.

Media
Images: 
nyanyeru
nyanyeru
nyanyeru
nyanyeru
Karim Dembele (foto Carolien Hulshof)
External Video
See video