PrintMail this page

obokano

chordofoon

De obokano van de Kisii in Kenia is doorgaans meer dan 1 meter hoog en 1 meter breed. Daarmee mag de obokano, samen met de Amhaarse bagana uit Ethiopië, gerekend worden bij de grootste lieren die vandaag nog in gebruik zijn. Dergelijke grote lieren waren lang geleden in zwang - bijvoorbeeld in de stad Ur in het antieke Mesopotamië (het huidige Irak) 5000 jaar geleden -, maar vandaag vinden wij ze enkel nog in Kenia en Ethiopië terug.

Een obokano heeft een heel eigen klank, die mee veroorzaakt wordt door de speciale kam. Deze kam, waarop de 8 snaren rusten, is gemaakt van rietstengels. De plaatsing van de rietstengels geeft de obokano zijn typische, "knetterende" geluid dat zo geliefd is bij de muzikanten.

De klankkast is een uitgeholde stronk van de omotembe-boom. Steeds vaker worden echter metalen bekkens gebruikt, die minder wegen en makkelijker te vinden zijn. Over de klankkast is een koeiehuid gespannen, die eerst nat gemaakt en geheel of gedeeltelijk kaalgeschoren werd. Twee houten stutten steken door het vel heen. Men maakt het vel met riempjes aan de achterkant van het instrument vast en laat het dan drogen. Het geheel wordt bij elkaar gehouden door de gekrompen huid. Tenslotte monteert men nog het houten dwarsstuk, de nylon snaren en de kam (uit rietstengels, vastgemaakt met bijenwas) en het instrument is klaar.

Traditiegetrouw bespeelden de mannen de obokano. Vrouwen die het instrument aanraakten konden onvruchtbaar worden. Zij mochten dus niet. De obokano stond voor macht en plezier, hij werd vooral bovengehaald op feesten, huwelijken of besnijdenissen of gewoon voor het vertier, bijvoorbeeld na de oogst. Vaak leidden zang en obokano-begeleiding tot danspartijen. Liederen ter verheerlijking van afgestorvenen of regenliederen in tijden van droogte werden ook vaak op de obokano begeleid. Ook al zijn dergelijke regenliederen en huwelijksliederen sinds de kerstening van het gebied van de Kisii in onbruik geraakt, toch leven ze nog voort in de herinnering.

Het klankopwekkend principe bij de obokano is het tokkelen van de snaren met de vingers. Het is tenslotte een lier! De muzikant plaatst het instrument op zijn linkerknie en klemt het onder zijn oksel. De linkerhand tokkelt de bovenste 4 snaren, de rechter de onderste 4.

Soms slaat de speler zelf al spelend aan het dansen. Hij steekt dan zijn hoofd door een van de openingen tussen de stutten en de snaren en draagt het instrument om de hals. Over het algemen wordt aangenomen dat muzikaal talent erfelijk is: of een kind obokano kan spelen of niet is een zegening door een van de voorouders.

Vandaag zien wij de obokano in educatieve context. Om de bevolking aan te sporen zich te beschermen tegen besmetting met AIDS, bijvoorbeeld, of om jongeren aan te zetten om flink te studeren. Sommige musici worden zelfs ingelijfd door politici om volk te trekken naar verkiezingsmeetings. De samenleving is op korte tijd sterk veranderd, maar de obokano is springlevend.

Media
Images: 
obokano
obokano
obokano
obokano
External Video
See video
See video