PrintMail this page

Orphéal

aërofoon

"Vindt u het soms niet spijtig dat u de indrukken uit het theater en de concertzaal, de klankkleuren en nuances van het orkest niet meer tot leven kan wekken terwijl u op uw piano speelt? Hij [de piano] heeft maar 1 timbre en 1 kleur - en meestal helemaal geen kleur. Het is de zwarte reproductie van de 100 kleurschakeringen op een schilderij. Ideaal zou zijn om de piano die rijkdom aan kleuren te gunnen, zonder dat hij zijn oude kwaliteiten verliest. Dankzij het orphéal en het luthéal wordt dit ideaal nu realiteit.", (verkoopcatalogus, s.d.)

Klankkleur, het is de rode draad dat Georges Cloetens' uitvindingen Verbindt. Als orgelbouwer experimenteerde hij al om de klankkleur van een orgelpijp te veranderen door die te voorzien van een schuif met aparte klankbekers. Maar bij zijn nieuwe instrumenten, zoals het luthéal (instrument van de maand mei 2010) en het orphéal gaat hij een stap verder. Hij bouwt nieuwe systemen die gecombineerd kunnen worden met bestaande instrumenten (de piano in het bijzonder) of die als instrument op zich kunnen bestaan.

Het orphéal wordt niet met naam vermeld in de patenten van Cloetens. Het is de som van twee Belgische patenten, namelijk de nummers 284326 (1920; dit patent werd al in 1913 in Frankrijk gedeponeerd onder het nummer 461591) en 303728 (1922). In beide brevetten gaat het over lamellen in klavierinstrumenten die van lucht worden voorzien.

Maar over de werking van het orphéal wordt bitter weinig melding gemaakt. Veel meer dan "een combinatie van de piano, het orgel en het harmonium" komen we niet te weten.

Het orphéal bestaat uit twee delen: een klavier - geplaatst boven de stempinnen van een vleugelpiano of ingebouwd in een buffetpiano of een orgel ( - met twee klankbekers, en een elektrisch apparaat dat zorgt voor de luchttoevoer. Exemplaren ingebouwd in een orgel zijn terug te vinden in de Sint-Walburgakerk in Oudenaarde en in het orgel van de basiliek in Heliopolis (Egypte). Als Salomon Eyckmans beweert dat Cloetens op de wereldtentoonstelling van 1935 een "elektrisch instrument bespeelde waarvan de klank door luidsprekers werd gestuurd", had hij het hoogstwaarschijnlijk over het orphéal met de twee klankbekers ("luidsprekers") waarbij de luchtvoorziening elektrisch aangestuurd werd. In tegenstelling tot het luthéal kan het orphéal eveneens als autonoom instrument bestaan. Ook dit type behoort tot de collectie van het mim. Het is de autonome orphéal die in de maand oktober tentoongesteld staat

Maar het belangrijkste aspect van het orphéal is het grote aantal timbres die je kan laten klinken. Hij roept de klanken op van strijkinstrumenten (viool, cello, contrabas, viola da gamba en viola d'amore), van blaasinstrumenten (hobo, (contra)fagot, trompet, saxofoon, (jacht)hoorn en doedelzak), en van het orgel (kerkorgel en regaal). Een zweem van gelijkenis is voor Cloetens niet voldoende, de klankkleur moet zo treffend mogelijk zijn,  inclusief de beweging van de strijkstok op de snaar en het vibrato, en "de beweging van de tong" bij de aanzet van de tonen bij de blaasinstrumenten. Nog volgens Cloetens is de combinatie van het orphéal met het luthéal de meest ideale. Op die manier haalt het orphéal "zijn beste artistieke rendement en vormen beide het ideale muziekinstrument ... dat de meest verlichte muzikanten zal kunnen bekoren" (verkoopscatalogus, s.d.). Volgens Boulanger wordt het nog interessanter als we aan de combinatie luthéal-orphéal een cantacorde toevoegen (ook een uitvinding van Cloetens; patent nr. 387957 van 1932). Met dit apparaat kan je een vibrato, zoals gespeeld op een viool, laten horen. Op die manier lijkt het dat de piano 'zingt' en was de naam "cantacorde" niet vergezocht. De variabele draaisnelheid van een kleine motor activeert hier een draaiend plaatje dat op zijn beurt de trilling van de snaar beïnvloedt. Nieuw is dat die vibrato op een noot of een akkoord kan toegepast worden, en dat andere noten (die ook worden aangeslagen) geen vibrato laten klinken.  

Op het bouwersetiket van het orphéal staat Cavaille-Coll - Paris - l'Orphéal - Brevets Cloetens vermeld. Dit komt omdat het orphéal (maar ook het luthéal) werd gebouwd door het bedrijf van de orgelbouwer Cavaillé-Coll in Parijs, en verkocht door de Société L'Orphéal (Rue Boissy d'Anglas, 10). Hoe en wanneer Cloetens in contact is gekomen met Cavaillé Coll, is evenwel niet geweten.

Cloetens toont zich aan de wereld

Cloetens presenteerde zijn instrumenten op de wereldtentoonstellingen in Brussel van 1910 en 1935. Op de eerste presenteerde hij er het orphéal en ontving hij er de Grand Prix, met felicitaties van de jury. Op de wereldtentoonstelling van 1935 kon de wereld kennismaken met drie instrumenten, naast het orphéal presenteerde hij er ook het luthéal en de cantacorde. Voor de eerste twee ontving hij opnieuw de Grand Prix.

Media
Images: 
Orphéal, G. Cloetens, 1910 (inv. 3612)
Orphéal, G. Cloetens, 1910 (inv. 3612)
Orphéal, G. Cloetens, 1910 (inv. 3612)