PrintMail this page

saxofoon bariton

aërofoon

In 1841 liet Adolphe Sax voor de allereerste keer in het publiek een saxofoon klinken. Dit speelde zich af in Brussel, op een steenworp van het huidige adres van het mim, tijdens de Belgische nationale tentoonstelling van industriële producten. Hoewel Adolphe nog bij zijn vader Charles-Joseph woonde, stelde de zoon onafhankelijk van zijn vader een aantal klarinetten tentoon. Zijn basklarinet had op dat moment al een zekere reputatie verworven. Volgens de catalogus was voorzien dat Sax ook zijn nieuwe saxofoon in de vitrine zou zetten.Maar om onbekende redenen raakte hij niet klaar met het instrument en besliste hij om het te laten weerklinken achter een gordijn. Zo bleef de bron van deze ongehoorde klanken vooralsnog aan het oog onttrokken. Dit prototype was een bassaxofoon.

Een jaar later presenteerde Sax het instrument aan enkele muzikale grootheden, waaronder de eminente componist Hector Berlioz. Die schreef prompt een artikel in de Journal des débats vol lof voor de "saxophon" en zijn bouwer. Berlioz wijst nog op de overeenkomsten met de ophicleïde en de basklarinet, maar erkent het eigen karakter van de saxofoon. Al in een vroeg stadium van de ontstaansgeschiedenis van de saxofoon werd duidelijk dat Sax de bedoeling had om een hele familie te creëren. Op 21 maart 1846 legde hij een octrooi neer voor 15 jaar voor "een systeem van blaasinstrumenten, saxofoons genaamd". Het eerste model dat Sax ontwikkelde na zijn prototype - een bassaxofoon in ut of in si bemol - was de bariton in mi bemol. Dit is te zien in Sax' streven naar het verbeteren van de lage blaasinstrumenten, zoals vermeld in het octrooi. De bijlage bij het octrooi bevat volledige, gedetailleerde tekeningen van 2 instrumenten: de bas- en de bariton saxofoon, die toen ook wel tenor genoemd werd. De overige instrumenten zijn slechts geschetst. De hele familie is dus niet in 1 keer ontstaan. Hoewel sommige documenten uit die tijd, bijvoorbeeld Kastners Manuel général de musique militaire, verschillende leden van de saxofoonfamilie vermelden, moeten wij dat eerder theoretisch bekijken. De echte productie van de verschillende modellen gebeurde gespreid over meerdere jaren. Meteen na de bas en de bariton werd de productie opgestart van de altsaxofoon in mi bemol. Al gauw volgden de sopraan in si bemol (1849), de tenor in si bemol (1853) en de sopranino in mi bemol (1855). Sax' octrooi werd nog met 5 jaar verlengd, maar toen het afliep in 1866 begonnen ook andere bouwers saxofoons te maken en hun eigen verbeteringen aan te brengen, eerst in Frankrijk en België, later ook in de Verenigde Staten en elders in de wereld. Een heel nieuw hoofdstuk voor de saxofoon brak aan, en in de 20e eeuw was het hek helemaal van de dam. Maar dat is een ander verhaal.

De oudste saxofoon die momenteel gekend is, staat tentoongesteld in SAX200. Het is een bariton met serienummer 2686, wat wijst op een productie tijdens het jaar van het octrooi, 1846. Het opschrift bewijst dat het niet om een prototype gaat maar wel degelijk om een verhandeld instrument. Bovendien vermeldt de tekst nog een naam, waarschijnlijk die van de eerste, trotse eigenaar: no 2686 / Saxophone baryton en mi b breveté /Adolphe Sax à Paris / Charles Fontaine.

Media
Images: 
saxofoon bariton in mi bemol, Adolphe Sax, Parijs, 1846. Collectie Koster
octrooi 3226 van 21 maart 1846. Archieven INPI, Parijss
"Manuel général de musique militaire", G. Kastner, Parijs, 1848
Inscriptie op saxofoon bariton Adolphe Sax, Parijs, 1846, collectie Koster