PrintMail this page

serpent

aërofoon

Het serpent is een blaasinstrument met een mondstuk en voorzien van vingergaten. Ook al is het serpent van hout gemaakt (en omwonden met leder), toch behoort het tot de familie van de koperblazers. De tonen ontstaan immers door de trilling van de lippen in een mondstuk, net zoals bij de trompet. De benaming 'serpent' heeft alles te maken met de s-vorm van de buis. Het serpent wordt beschouwd als de bas van de cornettofamilie, maar in tegenstelling tot die laatste is de boring groter, is de wand proportioneel dunner en heeft het serpent geen duimgat. Het mondstuk is gemaakt van ivoor of hoorn en bevindt zich aan het uiteinde van een metalen bokaal. Door gebruik te maken van de zes vingergaten kan de speler alle chromatische tonen spelen.

De herkomst van het serpent is verre van duidelijk, maar veel musicologen situeren die herkomst in Italië. Hoe dan ook, het serpent heeft zijn glorietijd gekend in Franse kerken vanaf het begin van de 17de eeuw, waar het instrument gregoriaans gezang begeleidde. In de loop van de 18de eeuw gebruikte men het serpent ook in militaire muziekkapellen. Daar kreeg het slangvormige instrument een compactere vorm die het beter hanteerbaar maakte. Er waren heel wat regionale varianten in het ontwerp van het instrument, op een bepaald moment werden zelfs rechte exemplaren gemaakt. Omdat die serpenten op een fagot leken vindt men ook wel eens de naam 'Russische fagot'. Het duurde ook niet lang voor er kleppen op het serpent werden gebouwd. Op die manier kon de speler vingergaten bedienen die buiten zijn bereik lagen. De weg naar de ophicléïde lag daarmee helemaal open. Niet alleen in Frankrijk, maar ook in België, Duitsland en Engeland werd er op het serpent gespeeld. In Engeland dook het, naast zijn liturgische en militaire functies, ook op in theaters.

In de loop van de 19de eeuw vinden wij nog wel eens verwijzingen naar het serpent, maar dan eerder in een minder positieve context. Vooral Hector Berlioz, die het instrument nochtans gebruikte in zijn symfonische oeuvre, liet geen spaander van het serpent heel: "Zijn barbaars timbre zou veel beter passen bij de wrede cultus van de druïdes dan bij die van het catholicisme" En hij voegt er aan toe "dat enkel het gebruik tijdens het verschrikkelijke Dies Irae, bij het verdubbelen van de zangstem, geaccepteerd kan worden. Zijn koud en gruwelijk gehuil is daar prima voor geschikt." Het is duidelijk dat de appreciatie van het serpent in die tijd flink was gedaald, en dat ging ten voordele van de ophicléïde, die het serpent volledig van het podium deed verdwijnen.

De revival van het serpent, ingezet in de jaren 1970, werpt vandaag zijn vruchten af. Het instrument maakte een opmerkelijke comeback in ensembles en orkesten die gebruik maken van historische instrumenten, en aan het Parijse conservatorium kan je nu weer een opleiding serpent volgen. Muzikanten en publiek kunnen op die manier alle nuances van het serpent terug ontdekken. Michel Godard gebruikt het serpent met succes in jazz en improvisatie, een bewijs dat het instrument meer mogelijkheden biedt dan men zou denken. Ook bouwers herontdekken het serpent en maken instrumenten van hoge kwaliteit, op een traditionele manier, en soms met moderne materialen zoals koolstofvezel.

Tussen de serpenten van het mim bevindt zich een exemplaar toegeschreven aan C. Baudouin, bouwer in Parijs in het begin van de 19de eeuw. Uitzonderlijk is dat de naam van de bouwer er op staat, terwijl het merendeel van de serpenten anoniem zijn. Let ook op het serpent met kleppen, dat uit een natuurhistorisch museum afkomstig zou kunnen zijn. Dit exemplaar werd gebouwd door de Duitse Amsterdammer Ludwig Embach. En een bezoek aan het mim is niet compleet als je de serpentenluchter niet gezien hebt: rond een schellenboom zijn 10 (oorspronkelijk 12) serpenten gemonteerd waarvan de mondstukken vervangen zijn door kaarsen. Het was de harmonie van Puurs die met deze luchter op en vreemde manier instrumenten die in onbruik waren geraakt, recycleerde.

 

Media
Images: 
serpent Baudouin inv. 2247
Joueur de serpent, in: Draner, "Types militaires", Parijs, 1862-1871
Chantres au lutrin, Henri Brispot in: "L’Univers illustré", oktober1876
serpent met kleppen inv.1227, L. Embach, Amsterdam, tussen 1820 en 1844
serpentenluchter inv.2017, Puurs, eind 18de of begin 19de eeuw
"Clarisse, méfie-toi ... du serpent!", Parijs, Aubert, ca. 1850