PrintMail this page

shamisen

chordofoon

De shamisen is een Japanse luit met drie snaren. Ze is afkomstig uit China en zou in Japan zijn ingevoerd in de 16de eeuw via de Riukiu-eilanden, een archipel tussen Taiwan en Kyushu.

De shamisen heeft een rechthoekige klankkast. Het bovenblad is gemaakt van honden- of kattenvel. In de traditionele cultuur wordt de shamisen vooral gezien als een vrouweninstrument, maar ook mannen bespelen hem. Aanvankelijk begeleidde hij volksliederen, maar al gauw vond hij een plaats in de kamermuziek.

De shamisen wordt getokkeld met een groot plectrum dat bachi wordt genoemd. De noten worden gevormd door de snaren op de hals te verkorten met de wijsvinger en de duim, en soms met de middenvinger. Er zijn nog andere speeltechnieken, waaronder de uchi-techniek, waarbij de snaren niet getokkeld worden met een plectrum, maar met de vingers.

De klankkleur is een belangrijk aspect van de shamisen. Zo is de bouwwijze erop gericht de snaren lang te laten doorklinken. Alleen de tweede en derde snaar lopen over een brug. De eerste snaar rust rechtstreeks op de hals, en krijgt zo een kenmerkende, zoemende bijklank mee. Dat zogenaamde sawari-geluid wordt bepaald door de aard en de spanning van de snaar, en het vereist een haarfijne afstelling. Ook als de tweede en derde snaar bespeeld worden, trilt de eerste snaar mee. Het timbre dat zo wordt opgewekt, zou onder meer een verklanking zijn van de 'onzuivere' natuurgeluiden van water en wind. Deze esthetiek, waarbij de 'zuivere' klank van de muziek geplaatst wordt tegenover de 'onzuivere' klank van de natuur, valt te verklaren vanuit het belang dat de Japanse cultuur hecht aan de natuurbeleving, en vanuit een streven naar symbiose met de natuur, eerder dan overheersing,

De snaren worden niet gestemd op een vaste frequentie. Van belang zijn alleen hun onderlinge toonafstanden,  meestal kwarten en kwinten. De toonhoogte wordt afgestemd op het stembereik van de uitvoerder. De meest voorkomende stemmingen zijn:

1.      Hon tyôsi (basisstemming), bijvoorbeeld do, fa, do

2.      Ni agari (stemming met verhoogde tweede snaar), bijvoorbeeld do, sol, do

3.      San sagari (stemming met verlaagde derde snaar), bijvoorbeeld do, fa, sib

De shamisen komt voor in verschillende types. Ze onderscheiden zich van elkaar door de breedte van de hals en de klankkast, hun gewicht, de dikte van de snaren, en de vorm en materie van de kam en het plectrum.  Elk type wordt genoemd naar de breedte van de hals, en is verbonden aan een welbepaalde stijl en repertoire: de futozao (dikke hals) voor een eerder percussieve stijl, de chuuzao (intermediaire hals), hoofdzakelijk voor de begeleiding van lyrische liederen en voor narratieve stijlen, en de hosozao (fijne hals) voor een repertoire dat verbonden is aan het kabuki-theater en de kouta (korte volksliedjes).  

Het instrument in het mim is een hosozao. Dit type is te herkennen aan zijn fijne hals, die boven de stempinnen geleidelijk afbuigt naar achteren. Het instrument werd in 1877 of 1878 geschonken aan het museum door conservator Victor Mahillon en zijn broer Joseph.

Media
Images: 
shamisen
shamisen
shamisen