PrintMail this page

skalmeje

aërofoon

Begin 1912 schonk de Deense muziekhistorica Hortense Panum (1856-1933) twee skalmejer (volksklarinetten) van het Jutlandse schiereiland Salling aan het Brusselse Instrumentenmuseum. Juffrouw Panum bezocht het museum voor het eerst in 1888. Vooral in de jaren 1910-1912 onderhield ze een intense en hartelijke briefwisseling met conservator Victor Mahillon, onder meer over Afrikaanse lieren en Scandinavische snaarinstrumenten, het domein waarover ze het meeste publiceerde.

De eerste skalmeje (inventarisnummer 3107) kreeg Mahillon begin februari 1912 opgestuurd vanuit Kopenhagen. Hij vernam van juffrouw Panum dat er ook nog een skalmeje bestond met een toegevoegde klankbeker van koehoorn. Vanuit zijn winterverblijf aan de Azurenkust - de Chalet Mathilde in Saint-Jean-Cap-Ferrat - verzocht Mahillon haar op 25 februari om hem ook zo'n exemplaar met klankbeker te bezorgen. Al begin maart, dus ongeveer per kerende post, ontving hij er een op zijn Franse adres (inventarisnummer 3108). Hortense Panum liet weten dat het om een dubbel ging dat ze zelf cadeau had gekregen van de Koninklijke Bibliotheek in Kopenhagen.

Beide skalmejer kwamen wellicht in Kopenhagen terecht via Niels Sørensen (1863-1919), een houthandelaar en folklorist uit Lem (gemeente Skive) in de regio Midden-Jutland. Sørensen was bevriend met de maker van de instrumenten, Peder Christian Jeppesen (1841-1917), een boer uit het buurdorpje Lihme. In de omgang werd hij Peder Gaardsted genoemd, naar de naam van de boerderij waar hij geboren werd, en waar hij ook stierf.

Victor Mahillon was blijkbaar geïntrigeerd door de skalmeje en hij vroeg juffrouw Panum om meer inlichtingen. Op 23 augustus 1912 stuurde ze informatie door die ze zopas vanuit Jutland per brief had ontvangen, ongetwijfeld van Niels Sørensen, en ze voegde er een portret van Peder Gaardsted aan toe. Ze schreef:

'Het instrument wordt in Salling (...) erg oud genoemd. Het was heel lang een muziekinstrument dat de boeren uit die streek maakten voor hun eigen plezier. Alle ouderen daar herinneren zich het instrument vanuit hun kinderjaren. De maker, P. Chr. Gaardsted, die geboren is in 1841, leerde dit soort van skalmeje maken toen hij een jongen van zeven of acht was. Hij was toen in dienst in Revsgaard, een boerderij in Salling ten westen van Skive (...). Zijn meester was een molenbouwer, die in die tijd een molen bouwde in de buurt van Revsgaard.' Peder Gaardsted was de laatste traditionele speler van de skalmeje. Er is niets bekend over wat en hoe hij speelde op het instrument. Of de skalmeje verder teruggaat dan de 19de eeuw is al evenzeer de vraag. Volgens de Deense organologe Mette Müller kan het instrument geïnspireerd zijn op de klassieke klarinet, die op het einde van de 18de eeuw werd ingevoerd in de Deense militaire muziek.

De skalmeje van Peder Gaardsted is een volksklarinet met een opmerkelijke bouw. Ze is gemaakt van een overlangs doormidden gekliefd vurenhouten balkje. In de achterste helft is over vrijwel de hele lengte een V-vormig kanaal uitgesneden. De voorste helft is bovenaan afgeplat tot een enkelriet. Daaronder is er eveneens een V-vormige uitsnijding over de resterende lengte. Wanneer beide helften weer tegen elkaar worden geklemd, krijgt men op die manier een windkanaal met een ruitvormige doorsnede.

In haar brief van 23 augustus schreef Hortense Panum nog dat de beide helften oorspronkelijk tegen elkaar werden vastgesnoerd, maar dat Peder Gaardsted een nieuwe manier had bedacht om ze samen te voegen: hij verbond ze met licht tapse, zwaluwstaartvormige houten schuiflatjes. Dit exemplaar heeft een enkel latje aan de ene zijde, en twee aan de andere kant.

Deze skalmeje is voorzien van vier nagenoeg vierkante vingergaten. Mahillon noteerde de toonreeks fa#-sol#-la#-si-do#. De hoorn had volgens hem weinig of geen invloed op de toonhoogte of het timbre.

Media
Images: 
skalmeje
skalmeje
skalmeje
skalmeje
skalmeje doorsnede
Peder Gaardsted met zijn skalmeje in 1910 (foto Sine Christensen, Lem)