PrintMail this page

steel pan

aangeslagen idiofoon

De steel pan - ook wel steel drum genoemd - is het nationale muziekinstrument van de republiek Trinidad en Tobago, twee eilanden voor de kust van Venezuela, in het uiterste zuidoosten van de Caraïben. In zijn huidige vorm is de steelpan een stalen kom waarin een reeks holten van verschillende grootte en diepte is aangebracht, elk gestemd op een welbepaalde toon. Deze holten worden aangeslagen met stokken met een rubberen kop.

Instrumenten van verschillende formaten spelen samen in steelbands. Die hebben vanzelfsprekend veel calypso op het repertoire, de Trinidadiaanse feestmuziek bij uitstek. Maar daarnaast spelen de steelbands ook covers uit andere muziekgenres, tot zelfs bewerkingen van klassieke muziek toe.

Als volwaardig muziekinstrument is de steelpan nauwelijks een goede halve eeuw oud. De steelpan werd geboren uit armoede. Afstammelingen van zwarte slaven, die zich geen Europese muziekinstrumenten konden veroorloven, vierden carnaval met getrommel op allerlei metalen recipiënten: melk- en verfbussen, koekendozen, deksels van vuilnisbakken. En olievaten van 55 gallon (208 liter). Die waren er in overvloed vanaf de Tweede Wereldoorlog, toen de Amerikaanse basissen in Trinidad op volle toeren draaiden.

Het was Winston 'Spree' Simon (1930-1976), een trommelaar uit de sloppen van Laventille, een wijk van de hoofdstad Port of Spain, die als eerste ondervond dat blutsen in de bodem van een vat verschillende tonen konden produceren, die je perfect kon afstemmen. Zijn eerste ping pong had vier tonen. In 1946 waren het er al veertien. Een baanbrekend model was de 'spinneweb'-pan van Tony Williams (°1931) uit 1953. Williams schikte als eerste de tonen in concentrische kringen volgens de kwintencirkel. Door elke toon te omgeven met tonen die een kwart, kwint of octaaf hoger of lager waren gestemd, zorgde Williams voor een rijkere klankkleur.

Zo evolueerde het instrument tot de huidige volledig chromatische tenor pan, die in de steelband de melodie voor zijn rekening neemt. Vaak worden twee tenor pans - een high en een low tenor pan - bespeeld door één muzikant. In hun standaarduitvoering hebben tenor pans 28 tot 30 tonen: aan de buitenrand de twaalf tonen van het laagste octaaf, daarbinnen de twaalf tonen van het hogere octaaf, en helemaal in het midden nog eens vier tot zes tonen uit het hoogste octaaf.

Vanuit de bakermat Laventille kwam de steelpan al gauw terecht in andere achtergestelde gemeenschappen in Trinidad. De weldenkende burgers hadden er aanvankelijk geen goed woord voor over. Ze vereenzelvigden het instrument met de gewelddadige subcultuur van werkloze jonge zwarte panmen die de harde confrontatie zochten met concurrerende steelbands. Maar toen muzikanten als Spree en Williams in de vroege jaren 1950 ook muziek gingen spelen die de betere klassen konden smaken, en daarmee zelfs het mooie weer maakten op Broadway en in Londen, raakte de steelpan verlost van zijn stigma. Vanaf de late jaren 1950 werden er steelbands gevormd op andere eilanden in de Caraïben, en tot in Noord-Amerika en West-Europa toe. Alleen in Trinidad zijn er tegenwoordig meer dan honderd steelbands. Elders in de wereld zijn er nog honderden meer.

Toen Trinidad en Tobago in 1962 onafhankelijk werd van Groot-Brittannië, promoveerde de nieuwe regering de steelpan tot muzikaal embleem van de nieuwe staat. Panmen werden voortaan beschouwd als culturele ambassadeurs bij uitstek. Dat verklaart waarom Trinidad en Tobago er prijs op stelde om het mim een steelpan te schenken ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de onafhankelijkheid. Het betreft een nieuwe, verchroomde low tenor pan met 29 tonen van de firma Panland in Laventille, in 1993 opgericht onder de naam Trinidad & Tobago Instruments Ltd. Panland is de wereldmarktleider van de steelpan. De low tenor pan wordt ook C-lead, soprano of melody pan genoemd.

Media
Images: 
steel pan 2012.60
steel pan 2012.60
External Video
See video