PrintMail this page

traverso

aërofoon

Jean-Hyacinthe en Godfroid-Adrien Rottenburgh, Brussel, 1751-1765

In dienst van het hof en de koninklijke kapel heeft De familie Rottenburgh haar stempel gedrukt op het Brusselse muziekleven in de 18e eeuw. De Rottenburghs telden musici, luthiers en houtblaasinstrumentenbouwers in de rangen, sommigen combineerden zelfs al die functies in één. Het mim is de trotse bewaarder van niet minder dan 45 stukken van Rottenburgh-signatuur. Daar zitten vooral houtblaasinstrumenten (klarinetten, blokfluiten, dwarsfluiten, hobo's) tussen, maar ook enkele strijkinstrumenten (altviool, cello's) en onderdelen van instrumenten.

mim inventarisnummer 2683 is een traverso of dwarsfluit in verdonkerd buxushout met twee ivoren ringen. Deze fluit bestaat uit 4 delen: kopstuk, bovenlichaam, onderlichaam en voet. De voet is voorzien van een messing klep. Zo'n constructie in onderdelen is typisch voor fluiten uit de barok, in tegenstelling tot hun voorgangers uit de renaissance, die uit 1 stuk gemaakt zijn. Deze fluit draagt 2 handtekeningen, eentje van Jean-Hyacinthe en eentje van Godfroid-Adrien Rottenburgh: bovenlichaam, benedenlichaam en voet zijn gesigneerd I.H. | ROTTENBURGH | *, het kopstuk daarentegen is gesigneerd G.A. | ROTTENBURGH | *. Op het kopstuk, het gedeelte met het blaasgat, staan ook nog inscripties met een indicatie voor de waarde van het instrument in 1751 en een vermelding van een restauratie in 1765. Wij kunnen ons voorstellen dat het instrument in dat jaar een kopstuk van Godfroid-Adrien opgezet kreeg omdat het oorspronkelijke beschadigd of versleten was.

Deze traverso is afkomstig uit de verzameling van Ronsenaar César Snoeck. De fluit werd in 1908 aan het mim geschonken door Louis Cavens, een man die met zijn schenkingen in belangrijke mate heeft bijgedragen tot de totstandkoming van de rijke collecties van het mim.

Rottenburgh fluiten waren bij de eerste modellen die door moderne bouwers gekopieerd werden in de periode van de revival van de historische uitvoeringspraktijk.  De Belgische fluitist Barthold Kuijken, specialist in het oude repertoire en docent aan de conservatoria van Brussel en Den Haag, bezat een originele Godfroid-Adrien Rottenburgh. De nauwgezet genoteerde afmetingen van dat instrument en Rottenburgh originelen van Jean-Hyacinthe I en II en Godfroid-Adrien uit het mim werden op grote schaal verspreid onder gespecialiseerde bouwers, wat leidde tot een groot aantal reproducties of instrumenten "geïnspireerd op". Van de jaren 1970 tot in de jaren 1990 was de traverso van het Rottenburgh-type zowat de internationale standaard voor het repertoire uit de barokke en klassieke periodes. Naar het einde van de 20e eeuw kwam er meer diversiteit met kopieën naar Hotteterre, Grenser, Denner en anderen. Maar tot vandaag blijven de Rottenburgh kopieën een vaste waarde. Als muziekliefhebber hebt u er zeker al eens een gehoord - waarschijnlijk zonder het te weten - op een concert, in de opera, op radio of televisie, in een opname of ... in de audiogids van een welbepaald museum!

Media
Images: 
traverso inv. 2683
traverso inv. 2683