PrintMail this page

txalaparta

aangeslagen idiofoon

Een van de merkwaardigste Europese volksinstrumenten is de txalaparta (spreek uit: tsjalapárta). In oorsprong was het instrument nauw verbonden met de ambachtelijke productie van cider in de Spaans-Baskische provincie Gipuzkoa. Wanneer, na dagenlange noeste arbeid, de appels fijngestampt waren, en hun sap geperst, was het feest in de perskamer of op het erf van de boerderij. Tot in de vroege uurtjes vermaakten arbeiders en buren zich op de ritmes van de txalaparta. Dat was een dikke, zowat twee meter lange plank, die eerder had gediend om het sap te persen, maar ook wel speciaal werd gereserveerd voor de gelegenheid. Deze plank rustte horizontaal op twee steunen: krukken, stoelen, banken, kisten, grote omgekeerde manden en dergelijke. Om ze goed te laten trillen, stak men tussen de plank en de steunen wat isolerend, zacht materiaal, zoals hooi, oude zakken en droge maïsbladeren.

In de regel waren er twee spelers, allebei met een dikke stok van gelijk gewicht in elke hand. Deze stokken stootten ze verticaal op de plank. De spelers verdeelden de ritmes onder elkaar. Het begon met een eenvoudig basisritme in een betrekkelijk traag tempo, maar gaandeweg werden de ritmes complexer en volgden de slagen elkaar steeds sneller op. De spelers wisten hoe ze begonnen, en ook waar ze min of meer gingen uitkomen. Maar wat er tussenin allemaal gebeurde, hing af van de sfeer en de inspiratie van het ogenblik. De txalapartari's varieerden niet alleen de ritmes, maar ook de geluidssterkte. En door op verschillende plekken op de plank te kloppen, konden ze bovendien spelen met de toonhoogte.

Het zag er even naar uit dat deze bijzondere traditie een stille dood zou sterven. In de jaren 1950 bleven er maar enkele duo's van oudere spelers over. Maar midden jaren zestig werd de txalaparta herontdekt en nieuw leven ingeblazen door jonge Baskische culturele activisten. De nieuwe generatie van spelers beperkte zich evenwel niet tot het oude, traditionele instrument van de ciderboerderijen. Ze gingen op zoek naar ruimere muzikale mogelijkheden en ontwikkelden zo een nieuwsoortige txalaparta met minstens drie op toon gestemde planken, die zelden langer zijn dan anderhalve meter. Het klankenpalet en toonbereik kunnen verder nog verrijkt worden door aan de houten planken een of meer stenen balken en metalen stangen toe te voegen. Deze hedendaagse txalaparta wordt hoger opgesteld, op schragen, en bespeeld met kortere stokken dan bij het oude model, wat een nog virtuozer spel mogelijk maakt. Nu de txalaparta gebruikt kan worden als melodie-instrument, speelt hij ook als dusdanig samen met andere melodie-instrumenten als de diatonische of chromatische accordeon of  het keyboard.

Dit exemplaar is een heel recente aanwinst. Het werd eind november 2013 geschonken aan het mim door het Baskische instituut Etxepare. Het gaat om een instrument van het oude type, dat speciaal voor het museum werd geassembleerd door Juan Mari Beltran (°1947). Deze muzikant en onderzoeker was een boegbeeld van de herleving van de txalaparta in de jaren 1960. Beltran is ook de bezieler van  Soinuenea, een documentatiecentrum en instrumentenmuseum in Oiartzun (Gipuzkoa) dat zijn persoonlijke collectie herbergt, en van waaruit hij ook Baskische muzieklessen organiseert.

Bij dit traditionele exemplaar zijn de steunen twee omgekeerde manden die gevlochten zijn met repen van hazelnotenhout. Op elke mand ligt een met polyetherschuim gevulde jutezak. Daarop rust een twee meter lange, 5 cm dikke en 13 cm brede plank in essenhout. De stokken zijn van acaciahout, 48 cm lang en licht conisch, met een diameter die verloopt van ongeveer 3 cm bovenaan tot 4 cm onderaan.

Media
External Video
See video
See video
Disclaimer: 
Het mim is niet verantwoordelijk voor beeldmateriaal afkomstig van externe bronnen zoals YouTube.