PrintMail this page

Viool (Matthijs IV Hofmans)

chordofoon

viool HofmansDeze viool met inventarisnummer 2792 draagt een etiket met de vermelding 'Matthys Hofmans tot Antwerpen 1665'. De Antwerpse familie Hofmans was actief in de vioolbouw van de zestiende tot de achttiende eeuw. Dit instrument moet ongetwijfeld toegeschreven worden aan de beroemdste telg van de familie, Matthijs IV Hofmans (1622-1672).

Voor het klankblad gebruikte Hofmans een inheemse houtsoort. Violen hebben gewoonlijk een klankblad van vuren (spar), maar bij dit instrument is het van grenen (den), een courante houtsoort in de gematigde klimaatzones. De zijwanden, de rug en de hals zijn van esdoorn, zoals bij de meeste violen.

Deze viool werd gebouwd volgens een techniek die toen gebruikelijk was in de Zuidelijke Nederlanden, waarbij de zijwanden werden verankerd in een groef rondom de binnenzijde van de rug en in gleuven onderaan de hals (afbeelding 3) .

Deze bouwtechniek is al lang in onbruik. Tegenwoordig worden violen gemaakt volgens een techniek die in de zeventiende eeuw werd ontwikkeld in Italië. Ze houdt in dat de krans van de zijkanten wordt gevormd rond een mal. Wanneer de krans klaar is, wordt de mal weggenomen, en worden de rug, het bovenblad en de hals aan de zijwanden gelijmd (afbeeldingen 4-5-6).

Deze werkwijze bevordert een meer gestandaardiseerde serieproductie dan bij de oudere assemblagetechniek met groeven, die ongetwijfeld ouder was. Het is precies omdat de viool oorspronkelijk gebouwd werd met verankering in groeven dat de rug en het bovenblad uitsteken over de zijwanden, wat bijvoorbeeld niet het geval is bij de viola da gamba. Het is ook omdat men aanvankelijk de zijwanden vastzette in gleuven onderaan in de hals, dat ze er een rechte hoek mee vormen. Dat is alweer een verschil met de gamba, waarvan de 'afhangende schouders'  een andere assemblagetechniek verraden, waarbij de zijwanden gelijmd worden op een houten blok dat de klankkast verbindt met de hals.   

Deze viool van Matthijs Hofmans komt uit de voormalige collectie van de Ronsese notaris César Snoeck (1834-1898).  Zijn particuliere verzameling groeide uit tot de grootste ter wereld van zijn tijd, met meer dan tweeduizend stukken. Na zijn dood geraakte ze verspreid, maar in 1908 kon het mim een belangrijk lot van instrumenten uit de Lage Landen verwerven, dankzij het gulle mecenaat van Louis Cavens (1850-1940).  

Anne-Emmanuelle Ceulemans

 

 

Media
Images: 
Viool, Matthijs Hofmans, Antwerpen 1665, inv. 2792
Viool, Matthijs Hofmans, Antwerpen 1665, inv. 2792
oude bouwwijze met verankering in groeven
mal
krans geklemd rond de mal
gelijmde krans van de zijkanten