PrintMail this page

virginaal Townsend

chordofoon

door Bob van Asperen

Het 17e-eeuwse virginaal is een rechthoekig toetseninstrument van het klavecimbeltype. Het klavier bevindt zich aan de lange zijde en de snaren lopen, van de speler uit gezien, van links naar rechts, de lange bassnaren vooraan, de korte discantsnaren achteraan. Een bijzondere klankkarakteristiek ontstaat doordat het instrument twee functionele kammen heeft, dit in tegenstelling tot het klavecimbel waar zich één kam op de zangbodem bevindt en de andere als het ware "dood" is.

Het 17e-eeuwse Vlaamse virginaal kwam in twee vormen voor : het spinet of scherp, genoemd naar zijn heldere, droge klank en de muselar - beide in de terminologie van Klaas Douwes, Franeker 1699 - met zijn donkerdere, holle toon. Dit onderscheid in klankkarakteristiek is een direct gevolg van het verschil in aantokkelpunt : bij het spinet dichter bij de kam, waartoe het klavier enigszins naar links geplaatst is, bij de muselar meer naar het midden van de snaar, met het klavier geheel rechts.

De oorsprong van de naam virginaal is niet definitief opgehelderd : wellicht gaat hij terug op virgin [eng., maagd, meisje] vanwege de associatie met vrouwelijke bespeelsters, of op virga [lat., staafje] naar het houten dokje waarin zich het aantokkelend plectrum bevindt.

Het virginaal, die lieveling onder de klavecimbelachtigen, lijkt in de 17e eeuw een onweerstaanbare aantrekkingskracht op welopgevoede jongedames gehad te hebben, getuige de overvloed aan schilderijen waarop zij zich aan hun dierbare instrument lieten vereeuwigen. De plaats die het virginaal in Engeland in de 17e eeuw kende, spreekt misschien wel het meest uit het beroemde dagboek van Samuel Pepys. Tijdens het gadeslaan van de grote brand van Londen in 1661 ontwaart hij op de Theems in één op drie schuiten met huisraad zo een instrument.

Ook musiciennes van koninklijken bloede zijn de geschiedenis ingegaan als toegewijde bespeelsters van het virginaal : het notoire voorbeeld is koningin Elisabeth I van Engeland, maar ook haar nicht Mary Stuart, Koningin van Schotland, en dier kleindochter Elisabeth, koningin van Bohemen. Wat het virginaal voor koningin Elisabeth I betekende - haar 16e-eeuwse instrument bleef ook bewaard en staat, getooid met het wapen van Boleyn, in het Londense Victoria and Albert Museum - kan het best beluisterd worden in de memoires van Sir James Melville (1535-1617), die haar bezocht als ambassadeur voor Mary of Scots, haar levensgevaarlijke rivale.

De Engelse vorstin moest alles weten over Mary en haar virginaalspel :

Zij [Elisabeth] vroeg of zij [Mary] goed speelde. Ik zei: "Redelijk, voor een koningin". Diezelfde dag na het diner nam Lord Hunsdean mij mee naar een galerij, om wat muziek te horen, (maar hij zei dat het niet openlijk bekend mocht worden) opdat ik de Koningin op haar virginalls zou kunnen horen spelen. Na even te hebben geluisterd deed ik het tapijt dat voor de deur hing opzij, trad het vertrek binnen en stond een aardig tijdje te genieten van haar werkelijk uitnemende spel. Maar zij hield ogenblikkelijk op zodra zij zich omwendde en mij zag. Zij leek verrast mij te zien en kwam naderbij waarbij zij net deed alsof zij mij met haar hand wilde slaan; zij speelde naar men beweerde niet voor mensen, slechts als zij alleen was, om de melancholie te ontvlieden ...

Zo het klavecimbel "Koning van alle muziekinstrumenten ter wereld" is - aldus G.M. Trabaci, Napels 1615 - dan zal het gracieuze virginaal zeker zijn gemalin mogen wezen ...

Volgens Donald Boalch (1956) stamt het virginaal van Gabriel Townsend, Londen, 1641 (inv. M1591) uit het bezit van Elisabeth, koningin van Bohemen. Zij was van jongsaf aan niet alleen een grote liefhebster van theater en maskerades, zij was ook een begaafde muzikante met niemand minder dan John Bull als haar leraar; "she also diligently cultivates music" weet een Schotse tijdgenote te berichten. Het virginaal zou haar vermoedelijk geschonken zijn door haar broer koning Karel I van Engeland. Dit virginaal is, voor zover ons bekend is, het oudste in zijn soort.

Het van buiten - zoals in Engeland gebruikelijk - streng ogende instrument blijkt bij openen van binnen rijkelijk versierd : het deksel is beschilderd met een muzikale, mythologische scène : Orpheus - in wiens trekken koning Karel te herkennen valt - betovert de wilde dieren, vogels, bomen en zelfs stenen met zijn lierspel en de toetsenklep lijkt een galant gezelschap aan de kust van een eiland voor te stellen met schepen op zee. In het brokaatpapier waarmee het koninklijke instrument rond het klavier en boven de zangbodem is beplakt, herkennen wij in het terugkerende patroon het wapen der Plantagenets, die roemrijke voorvaderen van het Engelse koningshuis waar Elisabeth zo trots op was, onder toevoeging van de initialen "E.R.", "Elizabeth Regina". De Tudor wapendragers leeuw en draak refereren echter aan haar vaders grote voorgangster, die andere Elisabeth.

Dit virginaal is van het in Engeland gebruikelijke 'spinet' type met het klavier aan de linkerzijde.

Noot van de webredactie: het geluidsfragment hieronder komt uit mim cd006. Op deze cd bespeelt Bob van Asperen 4 virginalen van het mim, waaronder het virginaal Gabriel Townsend inv.1591. Deze cd is verkrijgbaar via onze museumwinkel.

Media
Images: 
virginaal inv.1591
virginaal inv.1591, detail van de beschildering van het deksel