PrintMail this page

vleugelpiano Pleyel met "Luthéal" opzetmechaniek

chordofoon

Belgisch Octrooi nr. 278726 , verleend aan George Cloetens (1870-1949) op 28 januari 1919, verwijst naar het luthéal, een "apparaat dat het mogelijk maakt de klankkleur te veranderen van tonen, voortgebracht door snaarinstrumenten die met een toetsenbord of met de vingers bespeeld worden". Het is dus geen muziekinstrument an sich, maar een hulpmiddel om het timbre van de piano te wijzigen.   Cloetens zou zijn luthéal perfectioneren en later nog 3 patenten deponeren (280282, 292081 & 306002).

Over George Cloetens is niet zoveel bekend. De man registreerde tussen 1904 en 1949 21 patenten, en bijna allemaal hadden ze betrekking op muziekinstrumenten: oa 6 patenten voor een vereenvoudigde orgelmechaniek, en een orgelpijp met verschillende rieten, die ook nuttig kon zijn voor autoclaxons en alarmtoestellen. De enige 2 patenten die niets met muziekinstrumenten te maken hadden, waren die voor een injectiespuit (1949) en het drukken van advertenties op toiletpapier (1921).

Het luthéal is een opzetmechaniek, een ijzeren constructie die kan gemonteerd worden in elke moderne vleugelpiano. Door middel van 4 registerknoppen kan de pianist het timbre van de piano veranderen. 2 bas- en 2 sopraanknoppen kunnen een klavecimbel-, harp/luit-, of, door combinatie, een cimbalomklank laten horen.

De klavecimbelklank ontstaat wanneer ijzeren staafjes, lijkend op nagels, loodrecht zachtjes tegen de pianosnaren aan worden gedrukt. Het timbre van de harp/luit ontstaat door een rij extra dempers naar beneden te laten, zodat ze net de snaren raken. Door beide mechanieken samen te gebruiken onstaan de cimbalomklank.

De eerste componist die voor het luthéal componeerde was Maurice Ravel (1875-1937). Zijn Tzigane, Rhapsodie de concert pour violon et luthéal, opgedragen aan de Hongaarse violiste Jelly d'Aranyi, werd voor het eerst uitgevoerd op 15 oktober 1924 in de "Salle Gaveau" in Parijs. De reacties waren uiteenlopend: van "...een bastaardinstrument [dat meer aan een] rammelende muziekdoos doet denken", tot "...in staat de meest gevarieerde, kostelijke klankschakeringen voort te brengen." In 1925 gebruikte Ravel het luthéal ook tijdens de première van "l'Enfant et les Sortilèges". Het originele luthéal dat werd gebruikt bij de opvoeringen van beide werken ging samen met de "Salle Gaveau" in vlammen op.

Het bleef lang stil rond het luthéal. Weinig mensen vroegen zich af wat de aanduiding "luthéal" op de partituur van "Tzigane" betekende en speelden de partij op een gewone piano, zonder te beseffen dat zij afbreuk deden aan Ravels gewenste kleurenpalet. Het instrument dreigde te verdwijnen uit het geheugen van organologen, muzikanten en componisten tot de Nederlandse violist Theo Olof zich in de tweede helft van de jaren 1970 voornam erachter te komen wat dat luthéal wel mocht zijn.

Olof kwam terecht bij Roger Cotte, toenmalig conservator van alle muziekinstrumentenmusea van Frankrijk, uitgezonderd dat van Parijs, die hem wist te vertellen dat "...in het Instrumentenmuseum van het Muziekconservatorium te Brussel ergens in een kelder een hoopje schroot lag weg te roesten, wat eens een Luthéal moest zijn..." Theo Olof bezocht samen met pianorestaurateur Evert Snel het "Instrumentenmuseum", en kreeg de toestemming van de toenmalige directeur de Maeyer om het luthéal en de Pleyel piano (1911) waarin het gemonteerd was, te restaureren. Het hele restauratieproces werd door de NCRV in een documentaire gegoten en na 600 werkuren en evenveel problemen, was het instrument in april 1979 weer speelklaar. Dit luthéal is het enige originele exemplaar ter wereld. Het staat tentoongesteld op de 4de verdieping in het mim en verkeert in topvorm.

Opnames met ons luthéal zijn te vinden op EMI 1A 057-26469 uit 1980 (vinyl), met Theo Olof en Daniel Waynberg, en recenter op 2 cd's : de dubbelcd Dans un caractère populaire met Patrick Bismuth en Anne Gaels op Zig Zag Territoires en de cd met Philippe Graffin en Claire Désert op Avie Records (ook downloadbaar via iTunes). Tenslotte vermelden we nog de opname van het semi-geïmproviseerde werk "Tessellations" van en door Veryan Weston op luthéal, live opgenomen in het mim in 2003. Deze cd is te verkrijgen via Emanem Records. En wie uit de voeten kan met digitale muziek kan dit uitzonderlijke instrument helemaal zelf in huis halen door op www.realsamples.net een pakket met hoogwaardige digitale samples van ons luthéal te bestellen.

Rest ons nog 1 probleem: op het bouwersetiket staat "Cavaille-Coll/Paris/l'Orphéal/Brevets Cloetens" vermeld. U leest het goed, er is geen sprake van een luthéal, wel van een orphéal, dat ook een instrument is, uitgevonden door Cloetens in 1910. Dat kan verklaard worden door het feit dat het luthéal en het orphéal  werden gebouwd in Frankrijk en werden verkocht door "Société L'Orphéal" waardoor alle instrumenten het etiket "Orphéal Cavaillé-Coll, Paris" kregen.

Het orphéal is een klavierinstrument dat volledig autonoom kan bestaan of op een vleugelpiano kan geplaatst worden (het luthéal wordt in de piano gemonteerd). Curt Sachs beschrijft het instrument als "een combinatie van een vleugelpiano, een orgel en een harmonium". Het orphéal kan het timbre van strijkinstrumenten als viool, cello, gamba en viola d'amore oproepen, en zelfs van blaasinstrumenten als hobo, fagot, trompet, hoorn en musette of een kerkorgel. Orphéal en luthéal kunnen gecombineerd worden tot een soort superpiano. Het is twijfelachtig of dit ook ooit nog echt zal gebeuren. Het mim heeft naast het luthéal ook een orphéal in bezit, maar dat instrument is niet gerestaureerd.

 

Media
Images: 
P3613 vleugelpiano Pleyel met "Luthéal" opzetmechaniek

Archief

06/2011
07/2011
09/2011
10/2011
11/2011
12/2011
01/2012
02/2012
03/2012
04/2012