Overslaan en naar de inhoud gaan

Draadrecorder

Maart 2025

Fig.1

Telegrafoon van Poulsen, 1898

Telegrafoon van Poulsen, 1898, ©Wikipedia

Fig.2

Blattnerphone van de BBC, 1937

Blattnerphone van de BBC, 1937, ©Wikimedia

Fig.3

Webster Chicago model 80-1, Verenigde Staten, rond 1948

Webster Chicago model 80-1, Verenigde Staten, rond 1948, inv.1999.020

Fig.4

Beeld uit de film 'The Wire Recorder', Techmoan

Beeld uit de film 'The Wire Recorder', Techmoan

De draadrecorder is het oudste magnetische opnamesysteem. De Amerikaanse ingenieur Oberlin Smith bedacht het theoretisch principe in 1888, maar het was de Deense ingenieur Valdemar Poulsen die in 1898 de eerste werkende machine bouwde, de ‘Telegraphon’, met behulp van een pianosnaar die rond een cilinder was gewikkeld (Fig.1).

Bij elektromagnetische registratie wordt het elektrische signaal van een geluidsgolf omgezet in een magnetisch signaal, dat vervolgens met een elektromagneet op een staaldraad wordt gegraveerd. Door de draad te bewegen voor een microfoon die verbonden is met een elektromagneet, worden de veranderingen van het magnetisch veld, en dus van het geluid, geregistreerd. Om het opgenomen geluid te beluisteren moet de staaldraad opnieuw voor de elektromagneet worden geleid.

In tegenstelling tot het opnemen op een plaat is er geen fysiek contact tussen de recorder en het medium. Er is dus geen slijtage en de geluidskwaliteit is in theorie beter. Aangezien er op het moment van de ontwikkeling van de draadrecorder nog geen apparaten bestonden die het elektrische signaal konden versterken, was het niet geschikt om muziek op te nemen.  Het toestel werd enkel gebruikt als dictafoon en antwoordapparaat. De Duitse marine gebruikte het ook om versleutelde berichten te verzenden tijdens WO I. De draad biedt immers het grote voordeel van een veel langere opnameduur dan cilinders (3 min) of 78-toerenplaten (5 min).

Met de komst van versterkers in de jaren twintig werd draadopname opnieuw belangrijker, ondanks de zware en logge apparatuur. In de jaren dertig gebruikten Duitse en Engelse radiostations bandrecorders die werken op 3 mm brede stalen banden. Eén enkele rol van 45 minuten had een diameter van 60 cm en woog bijna 20 kg (Fig. 2)! Het is ook een object dat voorzichtig moet worden gebruikt. De stalen band draait rond met een snelheid van 1,5 meter per seconde, dat is vergelijkbaar met de snelheid van een cirkelzaag. De BBC-technici bedienen hun machine vanuit een kooi, om te voorkomen dat ze hun vingers zouden snijden aan de weerbarstige stukken metaal. Voor demontage heb je bovendien lasmateriaal nodig, wat in de praktijk soms wat ingewikkelder is…

Dankzij de technische verbeteringen werd na WO II de magnetische draad van chroomstaal beschikbaar, die zo dun is als een mensenhaar. Daardoor konden de bandrecorders aanzienlijk kleiner gemaakt worden, er verschenen zelfs draagbare modellen, zoals het Webster Chicago model 80-1, te zien in het MIM (Fig.3).

De Webster Chicago Corporation was een in Chicago, Illinois gevestigde onderneming voor elektronische apparatuur. Veel van hun producten werden verkocht onder de merknaam Webcor, zoals draadspoelen die samen met de microfoon en aansluitkabels in de hoes kunnen worden opgeborgen. Het bedrijf vereenvoudigde het ontwerp van de draadrecorder en ontwikkelde een apparaat dat voor slechts 150 dollar werd verkocht, de helft van de prijs van de concurrerende modellen. In de jaren 1950 was het de eerste fabrikant van draadrecorders in de Verenigde Staten.

Een spoel met draad wordt linksboven op de machine geplaatst en deze draad wordt verbonden met de grote spoel rechts, die door de afspeelkop (of opnamekop) gaat, die tussen de twee zit. De afspeelkop is dan weer bevestigd aan een mechanisme dat tijdens het afspelen langzaam op en neer beweegt om ervoor te zorgen dat de spoelen goed zijn uitgelijnd. Als er knopen zouden ontstaan, zou het immers bijna onmogelijk zijn ze te ontwarren (Fig.4). Wat wel mogelijk is, is de knoop eruit knippen en de twee uiteinden weer aan elkaar zetten, met het risico dat er een ‘gat’ in de opname komt... Als de coupure klein is, zal het echter niet hoorbaar zijn, omwille van de snelheid van 60 cm per seconde. Dankzij de geringe dikte van de draad kan men tot een uur muziek opnemen en afspelen, wat overeenkomt met een draadlengte van meer dan 2 km!

Hoewel de draad tot in de jaren zestig werd gebruikt, gebeurde dit niet op grote schaal. De korte bloeiperiode van de draadopname duurde van 1946 tot 1954. Draadopname werd vervangen door magnetische bandopname. De band was immers nog dunner dan de draad, waardoor nog langere opnames mogelijk werden, en had onmiskenbare kwaliteiten op het gebied van muziekopnames.

Tekst: Matthieu Thonon

Geschiedenis en uitleg

Geluidsfragment

The live wire: Woody Guthrie in performance 1949